Beeldvorming over ouderen

5

Beeldvorming over ouderen

Opvattingen en houdingen die we er over anderen op nahouden (= het beeld) komen via twee verschillende soorten ervaringen tot stand:

  • ze ontstaan door wat we zelf van die anderen meemaken
  • ze ontstaan doordat we bestaande opvattingen en houdingen geheel of gedeeltelijk overnemen.

Beelden en opvattingen over anderen hoeven echter niet altijd overeen te stemmen met de werkelijkheid. Onze opvattingen kunnen dus wel eens onjuist blijken te zijn. Beelden beïnvloeden de wijze waarop we met elkaar en met die ander(en) omgaan. Het zijn dus niet zomaar opvattingen, ze hebben wel degelijk invloed op ons gedrag, op onze verwachtingen ten aanzien van anderen. Een onjuist beeld kan daardoor leiden tot een onjuiste benadering van die ander(en). Het is daarom van belang even stil te staan bij dit proces van beeldvorming en bij het beeld dat een ieder van ons heeft over ouderen of de ouderdom.

DE oudere bestaat niet
Elk jaar bereiken weer talloze Nederlanders de 65‑jarige leeftijd. En vanaf dat moment hebben ze dus het kenmerk 65+ gemeenschappelijk. Ze behoren tot de ouderen. Maar, omdat de tijd niet stilstaat, zijn het steeds weer andere mensen die 65 worden, dat wil zeggen mensen met een ander opleidingsniveau, met andere opvattingen, overtuigingen en ervaringen. Vaak wordt hier echter aan voorbij gegaan.
Ouderen vertonen veel minder onderlinge overeenkomsten dan bijvoorbeeld jonge kinderen. Bejaard ben je in de ogen van een ander als je 65+ bent, maar ook als je 90 bent. Vaak staat men er niet bij stil dat tussen deze twee leeftijden 25 jaren zitten!

Beeld over ouderen/de ouderdom vaak negatief
De beeldvorming en de waardering van ouder worden en bejaard zijn heeft ook te maken met de plaats die de bejaarde in onze samenleving inneemt.
Als we de reclame mogen geloven dan wonen er in Nederland nauwelijks bejaarden. Er is daar een duidelijke voorkeur voor jeugdigheid en jongeren: "je bent jong en je wilt wat". Aan de ene kant maakt de reclame gebruik van een positief beeld van de oudere als een wijs, door ervaring gerijpt persoon maar aan de andere kant lijkt een negatief beeld toch te overheersen. Er wordt bijvoorbeeld vaak gewezen op lichamelijke ouderdomskenmerken die vermeden of uitgesteld zouden moeten worden zoals bijvoorbeeld in de reclame tegen rimpelvorming van de huid.
Oud wordt vaak geassocieerd met versleten, saai, lelijk, uitgerangeerd, zwakker worden, ziekte en andere negatieve kenmerken. Oud is ook gelijk aan hulp en zorg nodig hebben. Het beeld van de ouderen wordt onevenredig sterk bepaald door een vrij kleine maar veel besproken groep ouderen namelijk de hulpbehoevende ouderen.

Veel films, radioprogramma's, boeken en de televisie concentreren zich op het problematische deel van het ouder worden of de ouderdom. Zo wordt er altijd gesproken over het probleem van de vergrijzing. Ouderen proberen zich steeds meer tegen dit beeld te verzetten. Een voorbeeld hiervan is  The Zimmers. Kijk zelf maar.
Het zal duidelijk zijn dat met het ouder worden een lichamelijke achteruitgang optreedt. Ook neemt de kans op ziekte toe. Maar dat wil niet zeggen dat een hogere leeftijd automatisch leidt tot bijvoorbeeld een minder goede arbeidsprestatie of meer ongevallen.

"Self-fullfilling-prophecy"
Het kenmerk van een beeld over andere mensen (in dit geval ouderen) is echter dat het meestal generaliserend werkt: het wordt van toepassing verklaard op alle ouderen. In dit verband wordt wel gesproken van stereotypen: min of meer vaste voorstellingen over andere mensen die tot een bepaalde groep behoren zoals de bejaarden.
Het gevaar van z'n stereotypie is dat het als het ware versterkend kan werken. Als bijvoorbeeld personeelschefs een negatief beeld over oudere werknemers hebben en er daardoor geen oudere werknemers in dienst worden genomen, kan dit op de betrokken ouderen een negatieve invloed hebben. Ze gaan zich misschien uitgerangeerd voelen en krijgen met (lichamelijke of psychische) problemen te kampen. En dat kan er weer toe leiden dat de kans kleiner wordt dat ze aan de slag komen.
Er zou sprake kunnen zijn van wat ze een "self-fullfilling­prophecy" noemen: een aanvankelijke fout beeld wordt, doordat de mensen zich ernaar gaan dragen, juist werkelijkheid. Als ouderen zich gaan gedragen naar het negatieve beeld dat er over ouderen bestaat, dan treedt het volgende in werking:

  • een oudere probeert te ontdekken welke verwachtingen de samenleving ten aanzien van zijn of haar gedrag heeft: wat hoort hij of zij volgens het oordeel van de samenleving wel en niet meer te doen, te kunnen of te hebben;
  • die oudere probeert dan zo goed mogelijk aan deze verwachtingen te voldoen omdat hij of zij onvoldoende mogelijkheden ziet of heeft om iets tegen dit beeld te doen;
  • de samenleving vertoont op grond van dit gedrag de "zie je wel" reactie en ziet haar oordeel over ouderen bevestigd.

Gelukkig blijkt dit maar voor een deel ook echt zo plaats te vinden. De groep ouderen waarbij dat bij uitstek plaatsvindt is dat deel dat in verzorgings- en verpleeghuizen woont. Daar treden effecten van hospitalisatie op waardoor veel ouderen afhankelijker worden dan ze in werkelijkheid zijn. Wanneer jongeren gevraagd wordt hoeveel procent van de ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen woont, worden soms percentages tot 80% genoemd. Een toenemend aantal ouderen is op hoge leeftijd nog erg actief. Wanneer hen gevraagd wordt of ze zich oud voelen, geven de meeste aan dat zij dat dat niet zo is.

Beeld over ouderen in de maatschappij
In de maatschappij bestaan over ouderen diverse beelden. Drie veel voorkomende beelden zijn:

  • Ouderen die zich uit het arbeidsproces hebben teruggetrokken zijn niet meer in tel in een maatschappij waar arbeid in hoog aanzien staat. Van ouderen wordt verwacht dat zij geen zinvolle bijdrage meer leveren aan de samenleving. Ouderen krijgen de rol toebedeeld van rusten, zich terugtrekken en inactiviteit.
  • In een ander beeld spelen begrippen als onbekwaamheid, geestelijke aftakeling, tot niet veel meer in staat zijn en het missen van capaciteiten mee. De rol die ouderen in dit beeld toebedeeld krijgen is de rol van passiviteit en het opvolgen van leefregels die anderen voor hen hebben opgesteld. Het gevaar van betutteling is niet denkbeeldig.
  • Het derde beeld is dat veel ouderen lichamelijk en/of geestelijk invalide zijn en dus hulpbehoevend.

Dit beeld is terug te vinden in het 'deficit model' en de disengagementtheorie van het ouder worden.

Beeld over ouder worden: de trap des ouderdoms. Klik op de tekening om deze te vergroten. Dit wordt geopend in een nieuw venster.
Het origineel van deze gravure is in het bezit van het Rijksmuseum.

Beeld en zelfbeeld
Het beeld dat er over ouderen of de ouderdom bestaat, is van invloed op de wijze waarop met ouderen wordt omgegaan. Dit beeld heeft invloed op het beeld dat de ouderen over zichzelf hebben, het zogenaamde zelfbeeld. Onder het zelfbeeld verstaan we het beeld dat iemand over zichzelf heeft. Zo heeft ieder mens een bepaalde indruk, een bepaald beeld over zichzelf en weet tot op zekere hoogte hoe hij of zij is. Een zelfbeeld is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • uit positieve en negatieve evaluaties over jezelf; dit betekent dat je bepaalde karaktereigenschappen van jezelf prettig (positief) vindt en andere niet (negatief);
  • uit belangrijke en minder belangrijke eigenschappen van jezelf;
  • het heeft betrekking op feitelijkheden (wat kun je), op mogelijkheden (waartoe ben je in staat) en op ideaalbeelden (wat zou je willen);
  • het zelfbeeld kan echter ook in de loop van de tijd veranderen. Je kunt bepaalde ideeën over jezelf veranderen. Als je bijvoorbeeld praten in een grote groep eng vindt en je probeert het toch te doen en het lukt, dan merk je dat je dit best kunt. Andere ideeën over jezelf kunnen gedurende je hele leven onveranderd blijven.

Hoe ontstaat het zelfbeeld?
Een zelfbeeld ontstaat op de eerste plaats door je contacten met de omgeving, door om te gaan met anderen, door de reacties van anderen en door je te vergelijken met anderen.
Je kunt jezelf leren kennen in het contact met andere mensen. Hoe reageert die ander op mij? Als die ander vriendelijk is, ben ik ook vriendelijk. Het gedrag van de één roept bepaald gedrag bij mij op. Je komt er dan ook achter hoe je zelf bent. Als je bijvoorbeeld nog nooit ruzie heb gemaakt en je krijgt opeens ruzie met iemand, dan kom je erachter hoe je reageert, hoe je bent. Ren je weg, scheld je op een ander of praat je het uit.
Hoe anderen jouw zien, kan van invloed zijn op hoe je jezelf zie. Bijvoorbeeld als tijdens je jeugd vaak gezegd is dat je onhandig ben, dan kun je dat op een gegeven moment gaan geloven en je kunt je zelfs op den duur onhandig gaan gedragen.

Op de tweede plaats ontstaat het zelfbeeld door de rollen die je speelt of hebt gespeeld in je leven. Een mens kan verschillende rollen spelen in zijn leven. Iemand kan bijvoorbeeld moeder zijn, dochter, zus, docent, lid van een vereniging enz. Iedere rol verlangt een bepaald gedrag. Andere mensen verwachten ook een bepaald gedrag, afhankelijk van de rol die je inneemt.
Door de rol te spelen die van je verwacht wordt, kun je erachter komen of je je lekker voelt in die rol. Neem nou bijvoorbeeld de rol van patiënt. Een patiënt is vaak afhankelijk van andere mensen. Door eens een keer patiënt te zijn, kun je erachter komen of je het prettig vindt afhankelijk te zijn of juist niet.
Mensen kunnen zich gaan gedragen naar de verwachtingen die anderen van hem hebben. Bijvoorbeeld als mensen verwachten dat je een leider bent, kun je je zelf als leider gaan zien en je ernaar gaan gedragen.

Invloed beeld op omgang met ouderen
In de hulpverlening kun je je nooit geheel losmaken van je eigen opvattingen over hoe mensen zouden moeten zijn en zich moeten gedragen. Hulpverlening bij ouderen heeft ook te maken met de visie die die hulpverlener heeft over de wijze waarop hij of zij zelf oud zou willen worden. In de hulpverlening aan ouderen werken veelal jongeren die ook nadenken over hoe ze zelf oud zouden willen worden. Het is niet verwonderlijk dat een hulpverlener die zelf erg actief is, denkt dit later ook te zijn. Ongemerkt zal hij of zij soms ouderen aan wie zorg wordt verleent ook in die rol plaatsen en verwachten dat ze zich nu actief zullen opstellen. Daarbij gaan zij dan niet van de oudere uit, maar van zichzelf.