Skip to content

psychose4

Behandeling van een psychose

Dit artikel gaat verder in op de behandeling van een psychose.

Diagnose
Een arts, meestal een psychiater, stelt vast of iemand een psychose heeft. Daarbij is de aanwezigheid van positieve symptomen zoals wanen, hallucinaties of verwardheid bepalend. Op basis van gesprekken met de cliënt en eventuele partner, familie of vrienden probeert de arts het verloop van de psychose te reconstrueren. Een algemeen lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek kunnen uitwijzen of lichamelijke problemen een rol spelen.
Op basis van alle informatie wordt ingeschat om welk type psychose het gaat en of er bijvoorbeeld aanwijzingen zijn voor schizofrenie of een manisch-depressieve stoornis. Dit is overigens niet altijd meteen duidelijk. De diagnose kan na verloop van tijd bijgesteld en verfijnd worden. Het kan soms jaren duren voordat de diagnose met zekerheid gesteld kan worden.

Doel van de behandeling
Er is nog geen behandeling die leidt tot genezing: het is niet mogelijk de kwetsbaarheid voor psychoses weg te nemen. Wie daar gevoelig voor is, loopt altijd de kans opnieuw een psychose te ontwikkelen.
In de acute fase heeft de behandeling tot doel de psychotische symptomen, de angst en verwarring te verminderen. Medicijnen spelen hierbij een belangrijke rol. Daarnaast draagt een rustige, veilige omgeving bij aan herstel.
Na de acute fase is de behandeling en begeleiding gericht op omgaan met de gevolgen van een psychose en het voorkomen van een volgende psychose.
Hieronder wordt beschreven uit welke onderdelen behandeling en begeleiding kunnen bestaan.

Behandeling en begeleiding

  1. Medicijnen
    Bij de behandeling van een psychose kunnen verschillende medicijnen worden gebruikt. De belangrijkste zijn de antipsychotica. Zij gaan de psychotische verschijnselen tegen en helpen een volgende psychose voorkomen. Soms is het nodig naast een antipsychoticum een middel te gebruiken dat de stemming beïnvloedt, bijvoorbeeld Lithium of een antidepressivum. Slaap- en kalmeringsmiddelen worden ook geregeld voorgeschreven. De slaapmiddelen helpen bij het opnieuw vinden van een normaal dag- en nachtritme; kalmeringsmiddelen verminderen angst en onrust.
  2. Psychotherapie
    Bij psychotherapie staat het praten over psychische problemen centraal. Praten kan de psychotische verschijnselen niet wegnemen, maar wel een bijdrage leveren aan de behandeling. Uit onderzoek blijkt dat met name cognitieve gedragstherapie mensen helpt meer controle te krijgen over hun psychotische verschijnselen en de gevolgen daarvan. Cognitieve gedragstherapie is een vorm van psychotherapie, die zich richt op het veranderen van ongewenste gedachten en het gedrag dat hieruit voortkomt.
  3. Psycho-educatie of voorlichting
    Psycho-educatie of voorlichting is bedoeld om inzicht te krijgen in de psychotische klachten en te leren omgaan met de gevolgen ervan. Dit is belangrijk voor de persoon in kwestie, maar ook voor familie en andere betrokkenen. Onderzoek laat zien dat een goed voorlichtingsprogramma de kans op een volgende psychose verkleint. Psycho-educatie kan plaatsvinden in de vorm van een cursus of vaardigheidstraining, maar ook in een gesprek waarin de behandelaar informatie op maat geeft.
  4. Gezinsbegeleiding
    Familie en vrienden vormen vaak het 1e vangnet, als iemand in een psychose belandt. Uit onderzoek blijkt dat familie en vrienden eveneens belangrijk zijn bij het herstel en het voorkomen van een volgende psychose. Zij kunnen tijdig aan de bel trekken als het mis gaat en meehelpen aan het creëren van een beschermende omgeving met weinig stress. Het is dan ook wenselijk en steeds vaker gebruikelijk dat de behandelaar de naaste familie betrekt bij de behandeling, uiteraard met toestemming van de cliënt.
    Het is belangrijk dat ook de kinderen begrijpelijke uitleg krijgen over de problemen van hun vader of moeder. Zij worden geconfronteerd met afwijkend gedrag van een ouder en voelen zich soms verantwoordelijk. In veel instellingen voor geestelijke gezondheidszorg is aandacht voor Kinderen van Ouders met Psychiatrische Problemen (kortweg KOPP genoemd). Er zijn ook speciale brochures voor hen beschikbaar (zie de webwinkel van het Trimbos instituut).
  5. Begeleiding bij werk
    Een psychose kan tot gevolg hebben dat iemand voor langere tijd niet in staat is te werken. De praktijk leert dat het lastig kan zijn om weer aan de slag te gaan, na een behandeling voor psychische problemen. Terugkeer naar de oude werkplek is soms niet mogelijk; ander werk, een aangepaste baan of vrijwilligerswerk wel. Uit onderzoek blijkt dat lange voorbereidingstrajecten weinig opleveren. Het is beter om met goede begeleiding direct bij een werkgever aan de slag te gaan. Sommige instellingen voor geestelijke gezondheidszorg hebben trajectbegeleiders in dienst, die mensen begeleiden bij het (her)starten op de arbeidsmarkt of het vinden van een andere, passende dagbesteding.
  6. Casemanagement
    Bij de behandeling en begeleiding zijn verschillende hulpverleners betrokken. Het komt de behandeling ten goede als 1 hulpverlener fungeert als vaste begeleider: een casemanager. Meestal wordt een casemanager aangesteld als blijkt dat voor langere tijd behandeling en begeleiding nodig is. De casemanager vervult een belangrijke rol bij het regelen van praktische zaken en kan in crisissituaties snel zorgen voor noodzakelijke hulp.
  7. Alternatieve geneeswijzen
    Er is geen onderzoek bekend waaruit blijkt dat alternatieve geneeswijzen psychotische klachten kunnen verminderen of een volgende psychose voorkomen. Wel hebben sommige mensen baat bij bepaalde therapieën naast een reguliere behandeling, omdat ze ontspanning kunnen geven en stress verminderen.
  8. Verschillen in behandeling
    Al eerder is opgemerkt dat nog lang niet alles bekend is over de oorzaken van een psychose. Dat betekent dat er op sommige punten ook verschillende opvattingen zijn over de behandeling. Zo kunnen behandelaars van mening verschillen over de keuze van een antipsychoticum, over de gewenste dosering en de behandelduur. Ook de wijze van omgaan met familie kan sterk verschillen. Sinds enkele jaren wordt gewerkt aan zorgprogramma's voor de behandeling van psychoses. Hierin wordt de verworven kennis uit onderzoek en praktijk tot richtlijn verheven. Dit moet uiteindelijk leiden tot minder verschillen in de behandeling.

De 1e opvang
De angst en verwarring die bij een psychose horen, maken het vaak moeilijk of onmogelijk op een rustige manier contact te leggen met de hulpverlening. Bovendien zijn mensen met een psychose vaak terughoudend in het zoeken van een behandeling. Ze hebben het idee dat anderen hun situatie niet begrijpen en willen het zelf oplossen. Vaak schamen ze zich voor hun problemen. Meestal zal een familielid degene zijn die hulp inschakelt.
Volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), moet iemand toestemming geven voor behandeling. Als de persoon geen hulp wil, kan een lastige situatie ontstaan. Er zijn dan de volgende mogelijkheden:

  • Een vertrouwd persoon of iemand met een zeker gezag, bijvoorbeeld de huisarts, probeert degene met psychotische verschijnselen te overtuigen hulp te zoeken.
  • De familie, de huisarts of een andere instantie (bijvoorbeeld de politie) schakelt de crisisdienst in. In overleg met een psychiater kan worden besloten een gedwongen opname aan te vragen. Dit kan via een Inbewaringstelling (IBS; spoedprocedure) of Rechterlijke Machtiging (RM).
  • Een gedwongen opname is gebonden aan strikte regels. Deze zijn beschreven in de Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Eén van de voorwaarden voor een gedwongen opname is dat er sprake moet zijn van gevaar of dreigend gevaar dat veroorzaakt wordt door een psychische stoornis.

Wel of geen opname?
Als iemand aan de behandeling wil meewerken en er zijn mogelijkheden voor opvang thuis, is een opname niet nodig. Maar soms is de situatie zo ernstig en heftig, dat thuis blijven niet langer mogelijk is. Een opname kan enkele weken duren of langer, afhankelijk van de situatie. De 1e dagen van de opname staan in het teken van rust brengen. Daarna is er tijd om problemen te beoordelen en afspraken te maken voor de toekomst.

Lotgenotencontact
Zowel mensen met psychotische klachten als mensen uit hun omgeving kunnen baat hebben bij lotgenotencontact. Mensen met vergelijkbare ervaringen vinden vaak steun en (h)erkenning bij elkaar. Lotgenoten beschikken over veel kennis en kunnen elkaar adviezen geven. De verenigingen Ypsilon en Anoikis bieden mogelijkheden voor lotgenotencontact. Ook instellingen voor geestelijke gezondheidszorg organiseren bijeenkomsten voor cliënten en familieleden met dit doel.

Zie ook: Trimbos instituut www.trimbos.nl

Scroll To Top