Skip to content

lijst

BOP

BOP staat voor Beoordelingsschaal voor Oudere Patiënten. Ofschoon deze lijst al geruime tijd geleden ontwikkeld is (1971), wordt hij nog in sommige verpleeghuizen gebruikt. De BOP is vele jaren een veelgebruikte beoordelingsschaal geweest binnen verpleeghuizen. Hij wordt weinig meer gebruikt en dan met name nog binnen onderzoek.
De lijst bestaat uit 35 vragen waarbij per vraag aangegeven moet worden in welke mate een bepaald gedrag voorkomt. Per vraag is keuze uit 3 antwoordmogelijkheden bijvoorbeeld 'nooit', 'soms' of 'dikwijls'.

De lijst geeft een indruk over de volgende gedragsaspecten:

  • hulpbehoevendheid
    Hoeveel zorg heeft iemand nodig? Er zijn 20 vragen die betrekking hebben op ADL, communicatie en oriëntatie.
  • agressiviteit
    Dit onderdeel heeft een signaalfunctie en bestaat uit 5 vragen.
  • lichamelijke invaliditeit
    Er zijn 3 vragen.
  • depressiviteit
    Dit onderdeel heeft een signaalfunctie en bestaat uit 3 vragen.
  • psychische invaliditeit
    De 4 vragen hebben betrekking op oriëntatie en communicatie.
  • inactiviteit
    De 7 vragen hebben betrekking op sociale contacten, lichamelijke- en huishoudelijke activiteiten.

De antwoorden (scores) voor de gehele lijst kunnen per gedragsaspect worden opgeteld waardoor een indruk wordt verkregen over de mate waarin zorg nodig is: begeleidings-, verzorgings- of verpleegbehoeftig.

Voorbeeld uit de BOP

(De bewoner) Gedraagt zich overdag hinderlijk ten opzichte van andere bewoners (bijvoorbeeld luid aan een stuk door praten, dingen van anderen pakken, zich met ander­mans zaken bemoeien).
0
1
2
nooit
soms
dikwijls

 

Voor- en nadelen van observatielijsten
Gedragsobservatielijsten bieden een aantal voordelen zoals bijvoorbeeld:

  • eenduidigheid: de vragen zijn vaak zo geformuleerd dat ze door ieder op eenzelfde manier begrepen worden.
  • kwantificeerbaarheid: na invulling komen er getallen die uitdrukken in welke mate een bewoner een bepaald gedrag vertoont. Aan de hand van een tabel en niet door de invuller, wordt bepaald of een specifiek gedrag 'veel' of 'weinig' voorkomt.
  • vergelijkbaarheid: bewoners maar ook afdelingen kunnen op het voorkomen van bepaalde gedragsaspecten vergeleken worden.

Een aantal nadelen zijn:

  • geven geen zicht op de betekenis van gedrag. Het waarom van een bepaald gedrag wordt aan de hand van de gedragsobservatielijsten niet duidelijk.
  • bewuste of onbewuste kleuring door de invuller.

Literatuur
Beoordelingsschaal voor Oudere Patiënten, P. van der Kam, F. Mol en M.F.H.G. Wimmers, 1971
De lijst in niet meer via de uitgeverij te verkrijgen.

Scroll To Top