Skip to content

Deur gesloten

BOPZ in het verzorginghuis

Onrustige en agressieve bewoners, bewoners die dwalen, zwerven of weglopen, bewoners die anderen lastig vallen en daar moeilijk op aan te spreken zijn; het zijn situaties die steeds meer voorkomen in verzorgingshuizen. De zorgverleners hadden eigenlijk de mogelijkheid niet om, let wel, als uiterste redmiddel, vrijheidsbeperkende maatregelen toe te passen. Althans niet formeel, maar het werd wel oogluikend toegestaan. Sinds eind 1999 is daar verandering in gekomen. Vanaf dat moment is de werking van de wet BOPZ (Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen) ook verruimd naar het verzorgingshuis. Daarvoor gold deze wet alleen voor psychiatrische ziekenhuizen, instellingen voor zwakzinnigenzorg en psychogeriatrische afdelingen van een verpleeghuis. Deze ‘verruiming’ betekent dat een verzorgingshuis bij VWS een verzoek kan indienen om een deel van het huis aan te wijzen als BOPZ-locatie.
BTSG wordt regelmatig bij de voorbereiding van zo’n aanvraag betrokken en vanuit die ervaring worden de belangrijkste aandachtspunten en achtergronden hier kort toegelicht.

Bescherming bewoner en zorgverlener
Zo'n BOPZ-status biedt het verzorgingshuis niet alleen de mogelijkheid om in sommige situaties aan daarvoor geïndiceerde bewoners aanvullende maatregelen te treffen, maar beschermt ook de rechtspositie van de bewoners tegen wie die maatregelen getroffen worden. Tevens schept de BOPZ duidelijkheid aan de zorgverleners over wat wel en niet mag bij het toepassen van vrijheidsbeperkende middelen en maatregelen in noodsituaties.

Artikel 60-indicatie
De BOPZ-afdeling in het verzorgingshuis is bedoeld voor ouderen met ernstige psychogeriatrische problematiek die daarom door het CIZ geïndiceerd zijn voor verpleeghuiszorg én die in het bezit zijn van een artikel 60-indicatie. Zo'n indicatie houdt in dat de noodzaak tot opname als gevolg van een geestesstoornis aanwezig is (o.a. lijdend aan een dementiesyndroom), dat het gevaarscriterium geldt, en dat de persoon in kwestie geen blijk geeft van bereidheid tot, noch van verzet tegen die opname.

Rechtspositie van de bewoner
Het doel van de wet BOPZ is de rechtsbescherming te waarborgen van bewoners die onvrijwillig op deze afdeling worden opgenomen. De wet bevat zowel bepalingen over de externe als interne rechtspositie van de bewoner. De externe rechtspositie heeft betrekking op de procedure die moet leiden tot de onvrijwillige opname, zoals bijvoorbeeld de indicatiestelling door het CIZ.
De belangrijkste punten van de interne rechtspositie hebben te maken met de voorwaarden waaronder de noodzakelijke zorg wordt georganiseerd. Elementen daarvan zijn: het aanwijzen van een verantwoordelijk persoon voor de behandeling (de zogenaamde BOPZ-arts), de aanwezigheid van duidelijke huisregels ten behoeve van de bewoners van deze afdeling, een overeengekomen zorgplan en de toepassing ervan tegen de wil van de bewoner, een specifiek voor deze doelgroep bestemd klachtrecht en de omstandigheden waaronder inbreuk gemaakt mag worden op die rechten.

Het Middelen en Maatregelen Beleid
Het toepassen van middelen en maatregelen raakt de kern van de interne rechtspositie van de bewoner. Daarom is het van groot belang dat het verzorgingshuis een duidelijk Middelen en Maatregelen Beleid (M&M) voert.
Alleen indien de bewoner of diens vertegenwoordiger er mee heeft ingestemd mag behandeling plaatsvinden. Verzet de bewoner zich tegen de behandeling ondanks dat de vertegenwoordiger akkoord is, is er sprake van dwangbehandeling. De (BOPZ)-arts moet dit melden aan de Inspectie en aangeven wat de redenen van dit besluit zijn.
Er zijn verschillende vormen van dwangbehandeling. De wet maakt een onderscheid tussen dwangbehandeling voor korte tijd, maximaal zeven dagen, en dwangbehandeling voor langere tijd:

  1. Als dwangbehandeling in een acute situatie wordt ingezet, wordt dit 'toepassing van Middelen en Maatregelen' genoemd. Er is een acuut gevaar ontstaan en het is noodzakelijk om meteen in te grijpen. In deze situatie mag het toepassen van Middelen en Maatregelen maximaal zeven dagen duren (M&M nood).
    Soms worden vooraf met de bewoner afspraken gemaakt over de toepassing van middelen en maatregelen in een acute situatie. Deze afspraken worden vermeld in het zorgplan (M&M akkoord).
  2. Als dwangbehandeling voor langere tijd noodzakelijk is, wordt dit opgenomen in het zorgplan. Er is geen sprake van een acute situatie, maar van een gevaar dat langere tijd aanwezig is. Dwangbehandeling wordt dan langer dan zeven dagen toegepast. Er is dan geen sprake meer van het 'toepassen van Middelen en Maatregelen', maar van dwangbehandeling zonder meer (M&M dwang).

De toegestane vormen van dwangbehandeling zijn:

Toedienen van medicatie
Meestal gaat het om injecties met medicijnen. Medicijnen die geslikt worden, kunnen niet onder dwang worden gegeven.

Toedienen van vocht of voeding
Met behulp van een sonde of infuus kan vocht of voeding worden toegediend.

Fixeren
Fixeren kan onder meer inhouden dat de bewoner met een band aan het bed of stoel wordt vastgemaakt. Fixeren kan nodig zijn bij ernstige agressie of een grote kans op zelfbeschadiging of om plotseling lopen en vallen te voorkomen.

De medische zorg
Aan de BOPZ-afdeling is een vaste arts, de zogenaamde BOPZ-arts, verbonden die eindverantwoordelijk is. Taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de BOPZ-arts zijn schriftelijk vastgelegd:

  • de arts stelt het zorgplan op in overleg met de bewoner en of zijn wettelijke vertegenwoordiger, en zorgt voor het verkrijgen van toestemming daarvoor van de bewoner en/of zijn wettelijke vertegenwoordiger;
  • de arts draagt de eindverantwoordelijkheid bij de uitvoering van de dwangbehandeling en de melding daarvan aan de inspectie;
  • de arts is eindverantwoordelijk voor het toepassen van Middelen en Maatregelen;
  • de arts is verantwoordelijk voor het actueel houden van het bewonersdossier.

Vast team
Om de 24-uurs zorg te garanderen en deze op een kwalitatief verantwoord niveau te kunnen uitvoeren, is het raadzaam voor deze afdeling een vast team te formeren. Voor de medewerkers geldt dat zij:

  • deskundig zijn op het gebied van farmaceutische middelen en het omgaan met mensen in relatie tot dwangbehandeling;
  • in staat zijn om op een correcte en verantwoorde wijze vrijheidsbeperkende maatregelen en andere vormen van dwang toe te passen.
  • kunnen werken met protocollen die aangeven wanneer vrijheidsbeperkende maatregelen en andere vormen van dwang mogen worden toegepast.

De BOPZ-afdeling
Ook hiervoor gelden bepaalde eisen. Het moet mogelijk zijn deze afdeling af te sluiten of op andere wijze de bewoners te behoeden voor bijvoorbeeld weglopen. Het afsluiten van een afdeling is echter niet voor alle BOPZ-geïndiceerden noodzakelijk. Bewoners die zich zonder gevaar buiten de afdeling kunnen begeven, kunnen zonder beperkingen de afdeling verlaten.
Daarnaast moet de afdeling toegerust zijn voor het zorgvuldig en verantwoord toepassen van de Middelen en Maatregelen en het uitvoeren van dwangbehandeling. Materialen moeten voldoen aan deugdelijkheid en veiligheid.
Helaas, specifieke of extra financiële middelen voor de realisering van een dergelijke voorziening zijn er niet.

Aanvraagprocedure
Om een BOPZ-status te verkrijgen, dient het verzorgingshuis een goed uitgewerkt en onderbouwd verzoek in bij het ministerie van VWS. Die vraagt op haar beurt de Inspectie om een advies. Mede op grond hiervan en op basis van de kwaliteit van het verzoek beslist het ministerie. Vervolgens toetst de Inspectie binnen een jaar in hoeverre de invulling van de BOPZ-status in de praktijk aan de gestelde eisen voldoet.

Per 1 januari 2020 wijzigt de wet BOPZ in de Wet zorg en dwang (Wzd).
Lees daarom meer over deze nieuwe wet op: https://btsg.nl/wet-zorg-en-dwang-kb/

 

Scroll To Top