Contactverzorging

zuster

 

Contactverzorging

In veel zorginstellingen wordt uitgegaan van het bieden van zorg-op-maat. Er is geen sprake meer van standaard hulp maar van het bieden van individuele hulpverlening als antwoord op een individuele zorgvraag van een bewoner. De zorgvraag wordt geïnterpreteerd vanuit een holistische mensvisie. Er is niet alleen aandacht voor de lichamelijke kant van de zorgvraag maar ook voor de sociale en psychische kanten én voor de samenhang daarin.
De hulp moet ook flexibel zijn want wat de bewoner de ene dag niet lukt, lukt de andere dag wel. Er mag niet worden voorbijgegaan aan de zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid van de bewoner. Doordat de zorg aan de bewoners uiteenloopt en in complexiteit toeneemt, zijn er veelal meerdere hulpverleners bij betrokken. Overleg en coördinatie is dan nodig. De zorg wordt zo dicht mogelijk bij de bewoner georganiseerd en gecoördineerd.

Van functionele- naar persoonsgerichte zorg
Bij de visie op zorg heeft een ontwikkeling plaats gevonden van een traditioneel - functionele manier van denken naar een meer emancipatorisch - persoonsgerichte manier van denken.
Er is sprake van functionele verzorging wanneer de zorg herleid wordt tot eenvoudige enkelvoudige handelingen. Door de leidinggevende van de afdeling krijgen medewerkers bepaalde taken toegewezen. Er is dan sprake van taakdifferentiatie (de een doet dit, de ander doet dat). De teamleider of clustermanager bepaalt wie wat en hoe doet en controleert de uitgevoerde handelingen en onderhoudt het contact met de familie, huisarts en overige disciplines.
Bij persoonsgerichte zorg is sprake van integrale zorg. Dit wil zeggen dat de verzorging / begeleiding nietopgedeeld wordt in deeltaken die door verschillende personen worden uitgevoerd. Alle activiteiten bij een groep bewoners worden zo veel mogelijk door dezelfde groep medewerkers (=team) gedaan. Deze vorm tref je aan onder termen als teamverzorging of geïntegreerde verzorging.
De dagelijkse werkzaamheden worden door het teamleider / clustermanager samen met de medewerkers gepland. Ook activiteiten van andere dan verzorgende disciplines worden afgestemd op datgene wat dagelijks rond de bewoners gebeurt. Het streven naar persoonsgerichte zorg is nog verder ontwikkeld wanneer er sprake is van een systeem van bewonerstoewijzing. Het gaat om een systeem waarbij gedurende het gehele proces van verzorgen dezelfde medewerkende aan meerdere bewoners wordt gekoppeld.

De contactverzorgende of Eerst Verantwoordelijk Verzorgende (EVV’er)
Met name bij bewoners met een complexe problematiek is het wenselijk dat één medewerker een grotere verantwoordelijkheid voor de zorg en coördinatie van deze bewoner(s) krijgt dan anderen. Zo wordt een beter overzicht en inzicht in de totale zorg verkregen, is er meer sprake van coördinatie van zorg en is de zorg beter afgestemd op de zorgvraag van de bewoner. Daar waar gewerkt wordt met zorgplannen is ook gebleken dat dit systeem van bewonerstoewijzing betere resultaten geeft.
Bij bewonerstoewijzing wordt de verantwoordelijkheid voor- en coördinatie van de dienst- en zorgverlening aan een aantal bewoners toegewezen aan één verzorgende. Let wel dit betekent niet dat alle zorg ook door deze persoon alleen wordt uitgevoerd! De taken kunnen bestaan uit:

  • het begeleiden van de bewoner(s) op de dag van verhuizing,
  • het (samen met anderen) verzorgen en begeleiden van de toegewezen bewoners,
  • het samenvatten van observatiegegevens en zorgvragen ten behoeve van de bewonersbespreking / MDO,
  • het inbrengen van de bewoner in de bewonersbespreking/ Multi Disciplinair Overleg,
  • het opstellen van het zorg- of verpleegplan,
  • het coördineren en bewaken van de zorg,
  • het bewaken van de kwaliteit van de rapportage,
  • het voeren van gesprekken met de bewoner,
  • het aanspreekpunt zijn voor andere disciplines,
  • het overleg voeren met de familie.

De betreffende medewerker is voor deze zaken rondom een (groep) bewoner(s) voor de duur van het verblijf van deze bewoners meer aanspreekbaar dan anderen en bewaakt het proces.
Het aantal bewoners dat aan een medewerker kan worden toegewezen zal niet voor ieder gelijk zijn en mede afhangen van bijvoorbeeld de omvang van het dienstverband of de zorgzwaarte van de bewoners. Verantwoordelijkheden kunnen zelfs zover gaan dat de contactverzorgende / EVV er voor de dag van verhuizing van de bewoner naar het zorgcentrum of verpleeghuis één of meerdere keren op huisbezoek gaat.
Op dagen dat de medewerker aanwezig is, verzorgt deze in principe zo veel mogelijk de 'eigen' bewoners en worden eerder genoemde zaken geregeld. Bij afwezigheid (vakantie, vrije dagen, ziekte) neemt een collega deze taken waar, bij voorkeur een vast iemand. Uiteraard worden de bewoners van deze tijdelijke vervanging door de medewerker op de hoogte gesteld.
Bovenstaande vereist ook dat een goede afstemming medewerker-bewoner mogelijk moet zijn, met andere woorden dat een relatie voor geen van beiden (te) belastend moet zijn. Op de eerste plaats zijn het de contactverzorgende en de bewoner gezamenlijk die dat bepalen. De consequentie kan dus zijn dat na enige tijd een bewoner van contactverzorgende / EVV’er wisselt.

Deskundigheid
Behalve een diploma op niveau 3 en een dienstverband van minimaal 20 uur waarbij de contactverzorgende / EVV’er overdag moet werken, moet de verzorgende over de volgende vaardigheden te beschikken:

  • methodisch kunnen werken,
  • zich zowel mondeling als schriftelijk kunnen uiten,
  • kunnen onderhandelen,
  • beschikken over sociale vaardigheden,
  • een professionele beroepshouding hebben,
  • verantwoordelijkheid kunnen dragen.

In principe kan er vanuit gegaan worden dat elke verzorgende voldoende deskundigheid heeft om de functie van contactverzorgende / EVV’er uit te oefenen. Het werken als contactverzorgende / EVV’er is niet meer dan het aanpassen van het werk aan de ontwikkelingen en eisen van de tijd binnen het beroep en werk.
Veel verzorgenden die in aanmerking komen voor deze rol beschikken nog niet in voldoende mate over alle hierboven beschreven vaardigheden. De theoretische kennis is veelal voorhanden maar het toepassen in de praktijk vormt voor velen een probleem. Begeleiding op de werkplek is zeer belangrijk en is een taak van de afdelingshoofden.