hersenen 2

CVA - Algemene omgangsadviezen

Voor een aantal veel voorkomende symptomen volgen een aantal adviezen om met de eerder genoemde beperking in de praktijk om te kunnen (leren) gaan:

  • Hemiplegie / hemiparese (halfzijdige verlamming)
    Probeer de verlamde zijde bij zoveel mogelijk handelingen te betrekken. Dit voorkomt complicaties en bevordert mogelijk herstel.
  • Traag tempo / moeheid
    Houd bij dagindeling en speciale plannen rekening met het trage (denk)tempo. Wissel activiteiten regelmatig af met pauzes, gun de bewoner / jezelf de tijd.
  • Aandacht en concentratie
    Werk bij voorkeur in een rustige omgeving. Deel taken op in meerdere stukken en laat de bewoner niet te lang achter elkaar ‘werken’. Breng structuur aan in de dag, neem voldoende de tijd en las regelmatig pauzes in. Kijk op welk deel van de dag de bewoner het beste een bepaalde activiteit kan doen.
  • Geheugen
    Oefenen het geheugen door verschillende technieken te oefenen. Maak gebruik van geheugensteuntjes, vereenvoudig de informatie (selecteer de bronnen) en streep belangrijke informatie aan.
  • Planning en structuur
    Zorg voor een dagelijks / wekelijks vast patroon / ritme, maak een volgorde waarin activiteiten uitgevoerd worden, vermijd chaotische situaties, kies bij voorkeur bekende activiteiten, stop met activiteiten die niet lukken en probeer ze later nog eens.
  • Oriëntatie
    Geef voorwerpen een vaste plaats en breng vaste volgordes en ritmes aan in dagelijkse handelingen en activiteiten, bedenk oriëntatiesteuntjes.
  • Waarnemen
    Leg dingen op dezelfde plek, help de bewoner door feedback te geven (de bewoner is zich er niet van bewust dat hij dingen over het hoofd ziet).
  • Communicatie
    Breid de communicatieve mogelijkheden uit en vermijd communicatie niet. Vat regelmatig samen wat de bewoner gezegd heeft. Herhaal vragen, blijf luisteren en observeren. Spreek in eenvoudige en korte zinnen en helder een misverstand door communicatiestoornissen altijd op. Ga indien nodig op zoek naar hulpmiddelen voor de bewoner om de communicatie te verbeteren.
     
  • Omgaan met beperkingen
    Ondersteun de bewoner bij het aanvaarden van de realiteit, probeer nieuwe manieren van omgaan met problemen samen uit te breiden. Licht familie in over een goede manier van omgaan met de bewoner. Uit waardering van de pogingen om zichzelf te redden van de bewoner ook als een keer mislukt, stimuleer dat de bewoner dingen zelf doet.
  • Zelfinzicht
    Verbeter de bewoner bij over- en onderschatting, voorzie toekomstige problemen en probeer hier alvast structuur in aan te brengen.
  • Anders zijn
    Pas de eigen verwachtingen aan aan de reële mogelijkheden, probeer te accepteren dat ‘het gaat zoals het gaat’, benoem positieve ervaringen, zoek oplossingen voor de huidige situatie, biedt de bewoner duidelijkheid en wees consequent in wat je wel en niet accepteert.
  • Gevoelsuitingen
    Ga na wanneer prikkelbaarheid / agressie het meest voorkomt en houdt hier rekening mee, probeer gevoelsuitingen uit te lokken bij gevoelsvervlakking, bij impulsiviteit: eerst denken dan doen. Bij gevoelsvervlakking kan je andere imiteren. Bij een depressie hulp zoeken van de arts voor medicatie. Help de bewoner door grenzen te stellen, ga niet mee in onbeheerste emoties.
  • Sociaal gedrag
    Verbeter de bewoner als deze sociale situaties fout inschat en geef aan hoe het wel hoort, wees alert op misverstanden, help bij het aanleren van adequaat sociaal gedrag, wees consequent in het reageren op onjuist sociaal gedrag.
  • Identiteitsvorming
    Koppel een groeiende zelfredzaamheid aan een gevoel van eigenwaarde en probeer dit gevoel op te bouwen, laat keuzes zoveel mogelijk door de bewoner maken, benadruk de eigen aard en persoonlijkheid en blijf de persoonlijke ontwikkeling stimuleren, respecteer de mening van de bewoner, maar durf deze ter discussie te stellen.