Skip to content

familiebedrijf-communicatie

Gedrag en communicatie

Communiceren kunnen we om­schrijven als "het bewust of onbewust uitwisselen van gedachten, meningen en gevoelens". Bij communicatie denken we vaak aan de wijze waarop we met elkaar praten, aan het gebruik van woorden. Dit is echter maar een deel van de werkelijkheid. Ook met de wijze waarop we ons gedragen brengen we, ook al doen we dat niet altijd bewust, een boodschap over. Daarbij kun je denken aan lachen (we zijn blij), snel lopen (heeft haast, snel omdraaien als we een bepaald iemand zien (vermijden) enzovoorts. We kennen dit als het verschil tussen verbale (met woorden)en non verbale (zonder woorden) communicatie.
In de meeste gevallen vullen beide manieren van communiceren elkaar aan en versterken zij elkaar. Dit gaat zo vanzelfsprekend dat het vrijwel onmogelijk is je uitsluitend verbaal te uiten. Bijvoorbeeld iemand die telefoneert maakt vaak tal van gebaren, de gezichtsuitdrukking verandert tijdens het gesprek en vaak knikt men "ja" of schudt men "nee" met het hoofd. De luisteraar zal van deze zaken niet veel kunnen merken en al weten we dit, toch uiten we veel van deze vormen van non-verbale communicatie.
Verbale en non­verbale communicatie vullen elkaar niet alleen aan, maar hebben ook uiteenlopende functies. Zo zijn woorden vooral belangrijk wanneer het om zakelijke communicatie gaat. Wanneer het echter om een relatie tot een ander gaat (vriendschappelijk, autoritair), dan zijn vooral non-verbale signalen belangrijk.
Wanneer iemand ons iets vertelt dan baseren wij onze reactie vooral op  het non­verbale deel van het bericht. We merken het dan ook wanneer "iemand zich vrolijker voordoet dan hij is", "dat er iets dwars zit". Wij hebben dan ook veel minder controle over het non‑verbale deel van onze communicatie dan over het verbale deel.

Alleen gedrag heeft invloed
Voor communicatie is een "zender" nodig (diegene die een "boodschap uitzendt" en een "ontvanger" (diegene die de boodschap opvangt). Deze laatste persoon gaat wat met onze boodschap doen. Ook elk concreet gedrag houdt, zoals boven al is opgemerkt, een boodschap in. Met mijn gedrag deel ik altijd iets mee, bewust of onbewust.
Wanneer ik dit bewust doe gaat er een bedoeling aan vooraf Ik wil er iets mee bereiken. Een ander reageert vervolgens op mijn gedrag. Het is heel belangrijk om te benadrukken dat het om waarneembaar gedrag gaat. Wanneer we iets willen (een bepaalde bedoeling hebben) maar dit niet omzetten in gedrag dan kan dit geen invloed hebben. Hoe moet een ander daar immers kennis van hebben ? De ander kan niet "in ons hoofd kijken".

Niet gedragen bestaat niet
We stuiten nu meteen op een probleem dat ieder van ons wel herkent. Een ander (cliënt of collega) die jou ziet/ hoort, vangt jouw boodschap op, maar "verstaat" deze dat op de manier waarop we het bedoelen? Het antwoord luidt natuurlijk dat dit niet altijd zo hoeft te zijn. We zijn niet alleen niet altijd duidelijk in onze communicatie, maar we zijn ons er ook niet altijd van bewust dat we ons niet niet kunnen gedragen en dus dat we altijd communiceren. De opmerking "ik heb niets gedaan" (dus kan ik er ook geen oorzaak van zijn) is dus eigenlijk onmogelijk. Niets doen is ook communiceren.
Zo kan tijdens een bespreking zwijgen betekenen dat je instemt (we zeggen ook "wie zwijgt stemt toe"). Zwijgen kan echter ook irritatie oproepen bij de ander ("Je weet nooit wat hij/ zij ervan vindt")

Gedrag is actie én reactie
Als mensen langere tijd, met een bepaald doel, samen zijn (een team of afdeling) dan kunnen die mensen er niet onderuit dat ze elkaars gedragingen constant beïnvloeden. Het "leuke" hieraan is, dat moet nu al een beetje duidelijk worden, dat dit altijd gebeurt, zelfs als we dat persé niet willen. Mensen beginnen elkaar te beïnvloeden op het moment dat ze elkaar tegenkomen.
Wat betreft gedrag hebben we allemaal evenveel invloed maar soms brengen we iets totaal anders teweeg dan we bedoelden. Dat komt omdat alleen gedragingen invloed hebben en niet datgene wat we in ons hoofd hebben, wat we bedoelen te bereiken. Wat niet gezien of gehoord wordt kan geen invloed hebben.
Misverstanden tussen mensen ontstaan vooral wanneer men zich niet goed uitdrukt maar toch van een ander eist dat een ander de bedoeling begrijpt. Een bekend voorbeeld hiervan is "Dat vind ik niet nodig om te vertellen dat moet de ander aanvoelen (weten)". De meeste van ons hebben vervolgens de eigenschap om dit niet begrijpen van de ander niet bij ons zelf te leggen maar bij de ander. Wij zijn geneigd om dit effect van ons eigen gedrag te negeren.
De communicatietheorie stelt dat dit onverstandig is en dat met name in een zorgverleningssituatie een andere opstelling nodig is en wel:

"Als ik wil dat een ander zijn gedrag verandert (omdat het storend is voor de omgeving) of als ik wil dat de ander goed op mij reageert, dan moet ik mijn gedrag blijven veranderen totdat ik het effect heb wat ik zoek".

Voorbeeld: Je komt bij een cliënt. Onmiddellijk begint deze te schelden. Je bent niet op tijd en de verzorging is knudde. Er zijn nu twee mogelijkheden om te reageren:

  • je negeert het gedrag en doet alsof je niets hoor
  • je geeft een reactie welke kan bestaan uit
    • afwijzend: "bij u is het ook nooit goed, u klaagt altijd";
    • volgens de communicatietheorie: "ik merk dat u kwaad op mij werd toen ik binnenkwam. Ik moet iets fout hebben gedaan maar ik weet niet wat".

Het negeren van opvallend afwijkend gedrag is overigens vermoedelijk slechter dan er openlijk op reageren. Het negeren kan voor de ander de boodschap inhouden dat ze als niet normaal wordt beschouwd. Ander voorbeeld: Twee mensen in een team hebben al jarenlang ruzie. Dit uiten ze door slechts de strikt noodzakelijke dingen met elkaar te bespreken. Verder zijn ze lucht voor elkaar. Iedereen ziet het, maar zegt niets. Dat is immers hun probleem. Daar moet je je niet mee bemoeien. Het team tolereert iets vreemds en dit soort tolerantie schaadt eerder de onderlinge verhoudingen dan dat het goed doet.

Scroll To Top