Skip to content

depressie

Wat is een manisch-depressieve stoornis?

De term manisch-depressief werd in 1921 door Kraepelin bedacht. De stoornis die ook wel wordt aangeduid met de term bipolaire stoornis, kenmerkt zich door herhaalde episoden met heftige en extreme stemmingschommelingen. De stemming is dan gedurende een langere periode wisselend of zeer laag zijn (depressief) of zeer uitgelaten (manisch of hypomaan) of soms gelijktijdig manisch en depressief (gemengde episode).
Mensen met een manisch-depressieve stoornis hebben last van sterk wisselende stemmingen. Periodes waarin zij extreem uitgelaten zijn, de manische periode, worden afgewisseld met periodes waarin zij extreem somber zijn, de depressieve periode. Tussen twee periodes is de stemming vaak normaal.
Andere mensen zijn ook wel eens somber gestemd of juist vrolijk, maar hun stemming kent geen grote schommelingen. Normaal gesproken is er een duidelijke aanleiding waardoor iemand vrolijk of neerslachtig is. Bij mensen met een manisch-depressieve stoornis is geen sprake van een normale reactie op prettige of nare omstandigheden. Hun stemming leidt als het ware een eigen leven.

Er zijn verschillende benamingen voor de aandoening waaronder bipolaire stoornis. Deze term geeft aan dat de stemming naar twee kanten kan uitschieten. In deze tekst spreken we van een manisch-depressieve stoornis, omdat dit in de dagelijkse praktijk het meest wordt gebruikt.

Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer 1 à 2 van de 100 volwassenen in Nederland heeft last van een manisch-depressieve stoornis. De aandoening komt bij mannen even vaak voor als bij vrouwen. Er is geen onderscheid in afkomst of cultuur. In Nederland gaat het om circa 100.000 volwassenen (evenveel vrouwen als mannen. De stoornis kan op elke leeftijd beginnen, maar de piek ligt tussen het 15e en 19e jaar.
Er is een hoge mate van comorbiditeit (tegelijk voorkomen) met angststoornissen, middelenmisbruik en mogelijk ook met persoonlijkheidsstoornissen.

Oorzaken

  • Biochemische factoren
    Onderzoek heeft uitgewezen dat sprake is van een verstoring van de balans van bepaalde stoffen in de hersenen.
  • Biogenetische factoren
    Vergeleken met de algemene populatie hebben eerstegraads familieleden van patiënten met deze stoornis een verhoogde kans op deze aandoening. Dit wijst echter niet zonder meer op erfelijkheid, want niet alleen genen maar ook omgeving worden gedeeld.
    Waarschijnlijk spelen net als bij vele andere aandoeningen zoals hypertensie, de ziekte van Alzheimer en diverse vormen van kanker meerdere genen een rol. Mogelijk is er wel één gen dat een grote gevoeligheid voor de ziekte bepaalt.
  • Psychosociale factoren
    Ingrijpende negatieve (echtscheiding, dood, verlies van werk etc.) en positieve gebeurtenissen (krijgen van een kind, promotie) kunnen veel spanning (stress) oproepen. Veel stress bij iemand die er gevoelig voor is, kan leiden tot een depressie of een manie.
  • Psychische factoren
    Naast de genoemde factoren is het verleden (geschiedenis) van grote invloed op hoe iemand denkt, voelt en handelt, wat zijn of haar normen en waarden zijn, hoe hij of zij met zichzelf en anderen omgaat. Met name het leren inslikken van boosheid speelt een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een depressie.
    Onverwerkte ervaringen uit het verleden leiden onder meer tot het blokkeren van pijnlijke gevoelens die horen bij die ervaringen. Het blokkeren van die pijnlijke gevoelens draagt ook weer bij tot het ontstaan van een depressieve of manische episode.

Verschijnselen
De een heeft meer last van depressies, de ander van manieën. De variatie in klachten is groot. Per persoon is meestal wel een vast, duidelijk herkenbaar patroon te ontdekken, maar dat blijkt pas na verloop van tijd. Bij sommige mensen doen depressieve en manische klachten zich tegelijkertijd voor. Dit wordt een gemengde periode genoemd. De betrokkene is bijvoorbeeld opgewonden en prikkelbaar, maar ook somber.

Mogelijke verschijnselen bij een manische periode:

  • een extreem uitgelaten stemming,
  • overdreven vrolijk zijn,
  • prikkelbaar, snel boos zijn,
  • opgewonden, geagiteerd zijn,
  • minder behoefte aan slaap,
  • veel praten,
  • gedachten die alle kanten opschieten,
  • niet kunnen stilzitten,
  • veel doen, niet kunnen stoppen,
  • het gevoel hebben alles aan te kunnen,
  • seksueel ongeremd zijn,
  • impulsief dingen doen zonder rekening te houden met nadelige gevolgen, bijvoorbeeld te hard rijden of te veel geld uitgeven.

Mogelijke verschijnselen bij een depressieve periode:

  • een sombere of geïrriteerde stemming,
  • lusteloos zijn, nergens zin in hebben,
  • minder belangstelling voor werk of hobby's,
  • moe of uitgeput zijn,
  • geen emoties voelen,
  • geen contact met anderen willen,
  • weinig of geen gevoel van eigenwaarde,
  • denken aan de dood, gedachten over zelfdoding,
  • slecht slapen of juist veel slapen,
  • minder of juist meer gaan eten,
  • minder behoefte aan seks.

De ernst van de klachten kan uiteenlopen van een lichte dip tot een zware depressie en van bijna normale opgewektheid tot een uitgelaten stemming. Zowel tijdens een manische als tijdens een depressieve periode kan iemand ook nog last hebben van psychoses en verward zijn.
Als een manische periode kort duurt en niet zo heftig is, heet dit een hypomanie. Iemand bruist van energie en voelt zich fantastisch, maar heeft nog wel controle over zijn gedachten en gedrag. Een hypomane stemming kan uitmonden in een manie, maar dat hoeft niet.
Niet alleen de verschijnselen van een manie of depressie, maar ook de duur van de periodes kan sterk van persoon tot persoon verschillen.
Bij sommige mensen volgt na elke depressie een manische periode. Anderen maken van tijd tot tijd een depressie door en slechts één of enkele malen een (hypo)manie. Soms volgen de periodes elkaar snel op: zogeheten rapid cyclers wisselen 4 maal per jaar of vaker van stemming.

Gevolgen voor het dagelijks leven
Een manisch-depressieve stoornis heeft meestal een grote invloed op het leven van de persoon zelf en zijn omgeving. Niet alleen tijdens een depressie of manie, maar ook tijdens periodes met een normale stemming, al was het maar omdat niemand weet of en wanneer de klachten terugkomen. Gezien de verschillen in aard en ernst zal iedereen de ziekte anders ervaren en er anders mee omgaan.
De onzekerheid over een nieuwe depressie of manie legt een zware druk op het leven. Het is vaak moeilijk om de draad van het gewone leven weer op te pakken.
Tijdens een manische of depressieve periode kunnen relaties met anderen schade oplopen. Vrienden en familie worden geconfronteerd met iemand die anders is dan normaal.
Na een manische periode kunnen mensen te maken krijgen met de gevolgen van ondoordachte initiatieven of risicovol gedrag.
Als gevolg van de problemen die een manische of depressieve periode met zich meebrengt, kan het zelfvertrouwen afnemen. Vaak ontstaan schuldgevoelens over wat er gebeurd is.
Mensen met een manisch-depressieve stoornis overlijden vaker dan anderen door zelfdoding. Het bespreekbaar maken van deze gedachten kan helpen voorkomen dat ze in daden worden omgezet. Doorgaans willen mensen niet zozeer dood, maar willen ze het leven van dat ogenblik laten ophouden.
Als iemand meerdere manische periodes heeft doorgemaakt, ontstaan soms problemen met het geheugen en de concentratie.

Verloop
De eerste periode van een manisch-depressieve stoornis doet zich meestal voor tussen het 15e en 25e levensjaar. Een eerste periode kan depressief, hypomaan, manisch of gemengd zijn.
Uit onderzoek blijkt dat zowel een depressie als een manie binnen 2 tot 3 weken kan ontstaan. Het is moeilijk te zeggen hoe lang een manische of depressieve periode zal duren. Manieën duren over het algemeen korter dan depressies. Na afloop van een manische of depressieve periode is de stemming in veel gevallen weer normaal. Naarmate iemand meer periodes doormaakt, neemt de tijd ertussen vaak af. Een depressie kan direct overgaan in een manie, of omgekeerd.

Manisch-depressieve stoornis en verslaving
Mensen met een manisch-depressieve stoornis hebben een verhoogde kans om verslaafd te raken aan genotmiddelen. Erfelijkheid lijkt hierbij een rol te spelen, maar ook de verschijnselen van een manisch-depressieve stoornis kunnen leiden tot gebruik van genotmiddelen.
Tijdens een depressie kunnen mensen, om zich minder ellendig te voelen, hun toevlucht zoeken tot het gebruik van alcohol, tabak of drugs. Tijdens een manie kan verlies van controle over het eigen gedrag het gebruik van genotmiddelen in de hand werken. Maar ook tijdens periodes waarin de stemming normaal is, lijken mensen met een manisch-depressieve stoornis vaker genotmiddelen te gebruiken.
Genotmiddelen lijken soms een aantrekkelijke oplossing, maar ze kunnen de verschijnselen van de manisch-depressieve stoornis juist ook uitlokken of versterken. Bovendien kan gebruik leiden tot verslaving waardoor er een probleem bijkomt.

Behandeling
Farmacotherapie (medicatie) staat centraal gecombineerd met psycho-educatie (voorlichting van familie en naasten van de patiënt) en counselling (kortdurende, probleemgerichte (praktische) begeleiding, gericht op het hier en nu)

Zie ook: Trimbos instituut,www.trimbos.nl

Scroll To Top