Werken met SMART-doelen

In de ouderenzorg werk je met (zorg)doelen. Het is belangrijk om deze SMART-doelen (samen met de cliënt) te formuleren zodat er een goede bewaking is van iets wat bij de cliënt speelt.
Dit kunnen zaken zijn met betrekking tot de gezondheid en welzijn van de cliënt. En dus ook op de kwaliteit van zorg.
Aan jou als zorgverlener de kunst om SMART-doelen goed te formuleren.

Doelen in een zorgleefplan worden SMART geformuleerd.
Een doel geeft aan:

  • wat de cliënt met behulp van de medewerkers wil bereiken.
    Het SMART-doel stuurt daarmee jouw en andermans gedrag.
  • wat het (eind)resultaat moet zijn
  • of waar je duidelijkheid over wilt krijgen.

Het gaat niet om wat je gaat doen (activiteiten) maar om wat je wilt bereiken (resultaat).

Door vóóraf een doel te formuleren kun je later toetsen of de ondernomen activiteiten het gewenste effect hadden.
De cliënt staat hierbij centraal. Een doel kan dus op elk moment gewijzigd worden. Het doel is niet leidend, de cliënt(situatie) is altijd leidend.
Een SMART-doel zorgt er vooral voor dat er voortgangsbewaking plaatsvindt.

SMART-criteria

Er zijn een aantal criteria waaraan een doel moet voldoen, de zogenaamde SMART criteria.

SMART staat voor:

S Specifiek
M Meetbaar
A Acceptabel
R Realistisch
T Tijdgebonden

 

Specifiek

Het doel moet concreet en duidelijk zijn en gaan over waarneembare acties, gedrag of resultaten.
Waar zetten we ons voor in en bij wie is het resultaat zichtbaar?
Naarmate een doel helder is geformuleerd, kun je er gemakkelijker invulling aan geven.
Het moet begrijpelijk zijn voor cliënt, mantelzorgers en collega’s.
Dat betekent dat jargon (vaktaal) moet worden vermeden maar ook onduidelijke begrippen zoals ‘meer’ of ‘minder’.
Deze begrippen betekenen voor ieder persoon iets anders.

Voorbeeld van een onduidelijk geformuleerd zorgdoel:
“Mevrouw Kremer toont wat meer begrip voor haar medebewoners.” Wat wordt bedoeld met ‘begrip’?

Voorbeeld van een duidelijk zorgdoel: “Mevrouw Kremer praat met haar medebewoners.”

Meetbaar

Iedereen moet objectief kunnen vaststellen in hoeverre het doel gerealiseerd is.

Hier gaat het om de meetbaarheid van het doel.
Laat daarom in een doel bijvoorbeeld één van de volgende zaken terugkomen:

  • Aantal
  • Percentage
  • concreet gedrag

Voorbeelden:

Niet

Wel

 

 

 

De cliënt loopt over een maand beter.

De cliënt loopt over een maand zonder hulpmiddelen

 

 

Het is onduidelijk wat met ‘beter’ wordt bedoeld.

 

 

Niet

Wel

 

 

 

De cliënt leert zijn steunkousen aan te trekken

De cliënt trekt zijn steunkousen aan zonder hulp.

 

 

Leren is geen eindresultaat, het moet leiden tot iets en dat moet je omschrijven.

 

 

Niet

Wel

 

 

Mw. drinkt voldoende per dag.

Mw. drinkt één liter per dag.

 

 

Voldoende is een ‘niet meetbaar’ begrip.

 

 

Niet

Wel

Meneer accepteert zijn handicap.

Meneer praat over zijn blindheid.

Hoe toets je “accepteert”?

 

Acceptabel

De cliënt moet de doelen als zinvol beschouwen. Daarom stel je een SMART-doel samen met de cliënt op.

Stel dat een cliënt zich thuis altijd waste aan de wastafel en in bad gaan ‘een heel gedoe’ vond, dan is het volgende doel wellicht niet acceptabel:
'Mevrouw gaat eenmaal per week in bad.'

Misschien willen de medewerkers dat wel graag (mevrouw ruikt zelfs wellicht), maar het is voor de cliënt niet belangrijk.
Het kan zelfs leiden tot nieuwe zorgproblemen.

Beter is:
“Mevrouw wast zich zelfstandig aan de wastafel”.

Ga uit van wat de cliënt aangeeft en betrek hem bij het formuleren van het doel.
Let op je manier van vragen stellen en heb oog voor de motivatie van de cliënt.
Is het een zorgdoel van de cliënt of meer ons zorgdoel? Hoe suggestief ben je geweest?

Voorbeeld:

Als een cliënt het frustrerend vindt om zich moeizaam te bewegen en liever in een rolstoel zit, heeft het geen zin om een zorgdoel als volgt te formuleren:
‘Cliënt mobiliseren’.

 

Realistisch

Doelen moeten realistisch zijn en haalbaar. De cliënt wil samen met jou iets bereiken.

Stel (jezelf) de volgende vragen:

  1. Is het doel voor de cliënt lichamelijk en/of psychisch haalbaar?

Voorbeeld:
Wanneer een cliënt met ernstige inprentingsstoornissen kampt, heeft het geen zin om een doel als deze te stellen:
‘Cliënt vindt binnen 14 dagen de recreatiezaal’.

 

  1. Hoeveel tijd is nodig om het zorgdoel te realiseren?

Gaat het om een op lange termijn te realiseren zorgdoel of om een korte termijn?
Formuleer in ieder geval ook altijd korte termijn doelen. De kans op succes is groter en dat motiveert iedereen.

Voorbeeld niet realistisch zorgdoel:
Mw. loopt naar de recreatiezaal.

Voorbeeld realistisch zorgdoel:
Mw. verplaatst zich zelfstandig in de kamer.

 

  1. Zijn er voldoende mogelijkheden om het doel te realiseren?

Wat zijn de beperkingen (van de organisatie): Kan het binnen de dienstroosters? Hebben wij een dergelijk hulpmiddel / voorziening?
Hebben wij deze deskundigheid? Etc.
Hier ligt ook de uitdaging om naar alternatieven en mogelijkheden buiten de organisatie te zoeken.

Voorbeeld:
Het formuleren van een zorgdoel, waarbij dagelijks 6 uur individuele begeleiding wordt gegeven, is niet realistisch.

 

Tijdgebonden

Geef een tijdperiode aan waarin je het doel wilt bereiken.
Maak een reële inschatting. Als er geen tijdperiode is aangegeven, dan kun je niet nagaan of de activiteiten op koers liggen of bijstelling nodig hebben.

De tijd waarbinnen een doel moet worden gerealiseerd is afhankelijk van aard en omstandigheid van de cliënt en kan variëren van een paar dagen tot een paar maanden en soms nog langer.

Vaak wordt dit aangegeven met een evaluatiedatum.

Evaluatie en bijstellen

Je hebt het SMART-doel beschreven. De cliënt staat erachter, acties zijn uitgevoerd en de evaluatiedatum is bereikt.
Samen met de cliënt bespreek je of de afgesproken interventies/acties tot het gewenst resultaat hebben geleidt.
Is dit het geval, dan maak je bijvoorbeeld vaste afspraken over de zorg.

Is dit niet het geval, dan ga je het doel bijstellen. Dit doe je opnieuw volgens de SMART-methode.
Daarvoor kunnen er verschillende redenen zijn:

  • Het doel bleek niet realistisch. Er wordt een nieuw realistisch doel beschreven.
  • De acties leidden niet tot het gewenste resultaat. Er zijn andere acties nodig.
  • De tijdperiode was te kort. De evaluatiedatum wordt opgeschoven.

Vervolgens stel je een nieuw evaluatiedatum waarop het SMART-doel opnieuw geëvalueerd wordt.
Dit doe je tot het gewenste resultaat is bereikt.

Rapportage op een SMART-doel

Het is vervolgens belangrijk dat er goed gerapporteerd wordt op een zorgdoel.
Wanneer er geen rapportage plaatsvindt, kan je het doel niet evalueren.
Daar sta jij als zorgverlener niet alleen in. Daar heb je de cliënt, je collega's, familieleden en andere disciplines ook voor nodig.

Lees ook ons artikel 'Rapporteren volgens de SOAP methode' of 'Risicosignalering'.
Je merkt dan dat deze zaken met elkaar in verbinding staan en onderdeel zijn van het methodisch werken.

 

Laura van Driel
maart 2021