big

Wet Geneeskundige Behandelings Overeenkomst (WGBO)

Deze wet is op 1 april 1995 in werking getreden en heeft tot doel de positie van de bewoner te versterken. De WGBO legt de rechten en plichten van bewoner en hulpverlener vast, die voortvloeien uit de overeenkomst tot een geneeskundige behandeling. Het verpleeghuis gaat zo'n overeenkomst met de bewoner aan voor het uitvoeren van allerlei medische handelingen, met de daarbij behorende verpleging en verzorging.
De WGBO is van toepassing op de geneeskundige behandeling van vrijwillig opgenomen somatische verpleeghuisbewoners. Op onvrijwillig opgenomen bewoners ( opgenomen met een BOPZ indicatie, RM (rechterlijke machtiging) of IBS(Inbewaringstelling)) is de WGBO alleen van toepassing voor de behandeling van zuiver somatische aandoeningen, voor het overige vallen zij onder de wet BOPZ.

In hoofdlijnen zijn de volgende onderwerpen vastgelegd in de WGBO:

  1. Informatieplicht en toestemmingsvereiste
    Het verpleeghuis informeert de bewoner regelmatig over zowel de algemene gang van zaken met betrekking tot de zorgverlening, als ook over specifieke zaken die in zijn zorgplan zijn vastgelegd. Het verpleeghuis informeert de bewoner over doel van (onderdelen van) het zorgplan, over gevolgen en risico's van voorgestelde behandeling en verzorging en over eventuele alternatieven. Desgewenst stelt het verpleeghuis de informatie op schrift. Informatieverstrekking vindt tijdig en in begrijpelijke taal plaats.
    Het zorgplan moet zo spoedig mogelijk (uiterlijk 9weken na opname) worden opgesteld. Het zorgplan komt in overleg met en met instemming van de bewoner tot stand. Door met het zorgplan in te stemmen geeft de bewoner toestemming voor de uitvoering van de handelingen die deel uit maken van het zorgplan
    Het zorgplan wordt geregeld geëvalueerd en in overleg met en met instemming van de bewoner zonodig bijgesteld. Indien zich tussentijds situaties voordoen die handelingen van (para)medische of verplegende / verzorgende aard noodzakelijk maken, welke geen onderdeel van het zorgplan zijn, is daarvoor gerichte toestemming van de bewoner vereist.
    De handeling kan in een noodsituatie zonder toestemming van de bewoner worden verricht, indien:
  • deze niet in staat is toestemming tijdig te verlenen,
  • evenmin toestemming van zijn vertegenwoordiger tijdig verkregen kan worden en
  • onmiddellijk tot de handeling moet worden overgegaan om kennelijk ernstig nadeel voor de bewoner te voorkomen.

In dit geval wordt de handeling achteraf met bewoner of vertegenwoordiging besproken en zonodig alsnog in het zorgplan opgenomen.
Indien een wilsonbekwame bewoner zich verzet tegen een behandeling waarvoor de vertegenwoordiger toestemming heeft gegeven, mag de behandeling alleen worden uitgevoerd als dat nodig is om ernstig nadeel voor de bewoner te voorkomen.
Het verpleeghuis zal een schriftelijke wilsverklaring van de bewoner, waarin het verzoek is opgenomen om een bepaalde behandeling niet uit te voeren of te staken, in principe opvolgen.

  1. Vertegenwoordiging
    Iemand die niet meer voor zichzelf kan beslissen, wordt wilsonbekwaam genoemd. Wilsonbekwaamheid wordt in 1e instantie altijd door de behandelend arts vastgesteld waarbij verschillende criteria een rol spelen. Hierbij kunnen familie of anderen uit de directe omgeving van de cliënt (bijvoorbeeld huisarts) een belangrijke rol spelen. Uit procedure toestemmingsvereiste blijkt dat wanneer bewoner niet meer in staat is zelf toestemming te geven voor behandeling er vervangende toestemming gegeven kan worden. Deze vervangende toestemming wordt gegeven door de persoon die de vertegenwoordiging van de belangen van de bewoner over mag nemen.
    De vertegenwoordiging kan op verschillende manieren worden vastgesteld:
  • mentor / curator = benoemd door de rechter
  • schriftelijk gemachtigde = benoemd door bewoner zelf (schriftelijk)
  • echtgenoot / partner = niet benoemd, vrijwillig
  • ouder / kind / broer /zus = niet benoemd, vrijwillig

Anderen dan genoemde personen kunnen wel contactpersoon zijn, maar geen vertegenwoordiger zoals in de wet bedoeld. Belangrijk is in ieder geval dat er waar mogelijk en noodzakelijk een vertegenwoordiger aanspreekbaar is. De vertegenwoordiging van de bewoner dient te worden vastgelegd in het zorgplan. Communicatie met de vertegenwoordiger ten aanzien van beslissingen aangaande behandeling van de bewoner moet blijken uit zorgplanrapportage.

  1. Dossiervorming, bewaartermijn, en gegevensverstrekking
    De hulpverlener is verplicht een dossier bij te houden waarin alle gegevens die betrekking hebben op de behandeling staan genoteerd. Binnen het Zonnehuis bestaat dit dossier uit het zorgplan, het behandelplan en de deelplannen van betrokken disciplines. Het verpleeghuis bewaart de gegevens gedurende minimaal 10 jaar. Voor het geven van inzage in of verstrekken van persoonsgegevens aan een ieder die niet rechtstreeks bij de zorgverlening is betrokken, heeft het verpleeghuis de uitdrukkelijke en gerichte toestemming nodig van de bewoner
  2. Inzagerecht en recht op vernietiging van dossiers
    De bewoner heeft recht op inzage en op afschrift van zijn gegevens. De bewoner heeft recht op vernietiging van zijn gegevens, behalve wanneer het bewaren van gegevens van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de bewoner.
  3. Schriftelijke wilsverklaring voor wat betreft behandelingsweigering
    Het verpleeghuis zal een schriftelijke wilsverklaring in principe dienen op te volgen. Als het verpleeghuis echter gegronde redenen heeft om aan de wilsverklaring te twijfelen (bijvoorbeeld is al 20 jaar oud) dan volgt hij deze niet op.
  4. Geheimhoudingsplicht
    Medewerkers van het verpleeghuis hebben ten opzichte van derden de plicht tot geheimhouding ten aanzien van zaken waarvan zij weten of vermoeden, dat zij uit hoofde van hun taak / beroep hiertoe gehouden zijn.
  5. Centrale aansprakelijkheid
    Het verpleeghuis is aansprakelijk voor schade die bij de uitvoering van de zorgleveringsovereenkomst ontstaat als gevolg van een toerekenbare tekortkoming in de zorgverlening.