Depressie Quiz

Depressie Quiz

1. Wat is een symptoom van depressie?

Depressie is een ziekte, niet te verwarren met wat in de volksmond depressief heet. Dan heb je het over het even niet zien zitten of tijdelijk 'in een dipje zitten'. Een depressie heb je wanneer de neerslachtigheid langer dan twee weken aanhoudt en niets je uit de put helpt. De twee hoofdkenmerken zijn een sombere, neerslachtige stemming en het verlies van interesse en plezier. Maar depressie hoeft niet altijd gepaard te gaan met somberheid. Andere symptomen zijn slaapproblemen, gevoelens van schuld en waardeloosheid, rusteloosheid, vermoeidheid, concentratieproblemen en een verstoorde eetlust. Negatieve gevoelens, zelfs gedachten aan de dood, kunnen gaan overheersen.

2. Depressie kan veroorzaakt worden door:

Er is niet één boosdoener aan te wijzen. Meestal is er bij depressie sprake van een combinatie van factoren, biochemische veranderingen in de hersenen, hormonen, erfelijke aanleg, persoonlijkheid en ingrijpende gebeurtenissen, ze kunnen allemaal van invloed zijn. Ook gaan soms ziekte en depressie vaak hand in hand, zonder dat duidelijk is wat de oorzaak is en wat het gevolg. Bij diabetes, stoornissen van de schildklierfunctie, koorts, een herseninfarct en sommige medicijnen zie je ook vaak depressies optreden. De ziekte van Parkinson is er zelfs om berucht.

3. Spelen bij depressie biologische processen een rol?

Bij een depressie treedt een verandering op in de biochemische processen in de hersenen. De boodschappers in de hersenen - stoffen die hersencellen onderling laten communiceren - raken uit balans. Een belangrijke stof daarbij is serotonine. Hoe dat precies werkt, is nog niet helemaal bekend. Mogelijk gaat het om een verstoorde reactie op stress. Bij sommige mensen wordt het stresscentrum in de hersenen overmatig gestimuleerd als gevolg van spanningen. Daardoor komt een overvloed aan hormonen vrij, die een depressie veroorzaakt.

4. Hoe en door wie wordt de diagnose depressie gesteld?

Het stellen van een goede diagnose is lastig. Over depressie bestond vroeger in de hulpverlening veel spraakverwarring. Daaraan is een einde gekomen met de komst van een algemeen geaccepteerd diagnosesysteem (DSM-IV, Diagnostic Statistical Manual). Hulpverleners lopen nu allemaal eenzelfde lijstje met symptomen langs. De arts meestal door het stellen van vragen, de psycholoog soms in combinatie met een test. Niet elke depressie is even ernstig: de ziekte wordt onderverdeeld naar mild tot ernstig, afhankelijk van het aantal symptomen en de ernst daarvan. Een hevige depressie kan samengaan met psychose (waanbeelden). Soms worden perioden van neerslachtigheid afgewisseld met buien van grote euforie. Zo'n stemmingsstoornis heet manische depressie.

5. Hoeveel procent van de Nederlanders heeft wel eens last van een depressief syndroom (=groep van symptomen die niet precies voldoen aan de DSM-criteria voor een depressie) gehad in zijn leven?

Een kwart van de Nederlanders heeft minstens één keer in zijn leven last van een depressief syndroom of depressie gehad. Onder ouderen is volgens de DSM criteria bij ongeveer 1,7% sprake van een depressie, ongeveer gelijk aan dat bij andere leeftijdsgroepen. De aandoening komt vaker voor bij gescheiden of verweduwde personen en mensen die in een verzorgingshuis wonen. In verzorgingshuizen is bij 10 - 20 % van de bewoners een (milde) depressie. Bij verpleeghuisbewoners zou bij 23% sprake zijn van een ernstige tot milde depressie. Het voorkomen van een depressie bij ouderen wordt vaak onderschat. Tussen de 60 en 75 jaar is het het meest voorkomende psychiatrische beeld (daarna wordt dat dementie).

6. Hoe kan een depressie het best worden behandeld?

De belangrijkste behandelvormen zijn 'praten en medicijnen'. Praten helpt vaak goed. Meestal gaat het om psychotherapie, gespreksgroepen of cognitieve therapie, gericht op het doorbreken van negatieve gedachten. Welke van de twee behandelingen de voorkeur verdient, is onderwerp van een eeuwigdurende discussie. De meeste deskundigen verkiezen tegenwoordig een combinatie. Lichttherapie wordt ingezet tegen winterdepressie.

7. Veroudering en depressiviteit gaan altijd hand in hand.

Een depressie krijgen heeft niets te maken met het verouderingsproces op zich. Wel treedt de stoornis bij ouderen vaak op naast lichamelijke aandoeningen. Ook krijgen ouderen meer te maken met ingrijpende gebeurtenissen en verlieservaringen, zoals het overlijden van de partner.

8. Een depressie uit zich bij ouderen anders dan bij andere leeftijdsgroepen.

Dit kan het geval zijn, maar is zeker niet altijd zo. De symptomen kunnen inderdaad verschillen per leeftijdsgroep. Zo kan een depressie bij kinderen zich uiten als gedrags- en leerproblemen. Bij ouderen kunnen geheugenproblemen ontstaan, waardoor depressie mogelijk verward wordt met dementie. Verder is bij ouderen een bedrukte stemming vaak minder nadrukkelijk aanwezig. In plaats daarvan kunnen geprikkeldheid en apathie de boventoon voeren. Ouderen hebben ook eerder last van gebrek aan eetlust, slaapstoornissen en verlies van energie en interesse. Deze depressieve klachten lijken op algemene ouderdomsklachten. Daarom kan de ziekte gemakkelijk onopgemerkt blijven.

9. Heeft het zin om een depressie bij ouderen te behandelen?

Depressiviteit beïnvloedt bij ouderen namelijk ook lichamelijk functies als lopen en opstaan uit een stoel. Behandeling van de depressie bevordert de mobiliteit, vermindert de pijnklachten en verhoogt de levensverwachting.

10. Is de behandeling van een depressie bij ouderen anders dan bij andere leeftijdsgroepen?

Het is niet anders, wel is het bij het voorschrijven van medicijnen lastiger om de optimale dosering te bepalen. Ouderen zijn kwetsbaarder en hebben meer kans op bijwerkingen. Ook slikken zij vaak andere medicijnen, die weer kunnen reageren op de antidepressiva. Lastig is om ouderen in behandeling te krijgen - en te houden. Ruim veertig procent van de depressieve mensen zoekt geen hulp. Bij ouderen ligt dat percentage nog hoger. Ouderen benoemen hun problemen niet snel als 'psychisch' en huisartsen herkennen de problemen minder snel. Verder leeft onder veel hulpverleners ten onrechte de gedachte dat depressieve klachten te maken hebben met ouderdom. Velen denken dat er niets aan te doen valt.

11. Welke uit de onderstaande lijst zijn antidepressiva?

Bij de meeste ernstig depressieve patiënten slaan medicijnen (de zogeheten antidepressiva) goed aan. Antidepressiva worden onderverdeeld in twee groepen: de moderne en de klassieke soorten. Ze regelen beide de communicatie in de hersenen, maar doen dat op een verschillende manier. De bijwerkingen zijn daarom ook anders. Klassieke antidepressiva kennen hevige bijwerkingen als een droge mond, sufheid, verstopping, misselijkheid en bloeddrukverlaging. Sommige patiënten hebben helemaal geen last, anderen ondervinden zoveel hinder dat ze de kuur staken. Moderne antidepressiva waarvan de meest bekende Prozac is (een andere is Seroxat), hebben over het algemeen minder extreme bijwerkingen, ook bij een hoge dosering. Meestal gaat de voorkeur dan ook uit naar moderne middelen. Soms helpen ze niet, bijvoorbeeld wanneer iemand ook last heeft van psychoses. Onder de alternatieve geneesmiddelen is Sint-Janskruid het meest populair. Er zijn jaarlijks vele tienduizenden Nederlanders die dit kopen. Een goed opgezet Duits onderzoek (Britsh Medical Journal 2005) laat zien dat Sint Janskruid bij matige tot ernstige depressieve klachten minstens zo goed werkt als de standaardbehandeling met het in Nederland veel gebruikte antidepressivum Seroxat. Sint Janskruid geeft minder bijwerkingen dan medicatie. Sint-Janskruid bevat hypericine, een stof die vermoedelijk inwerkt op dezelfde hersencellen als de medicijnen (serotonineheropnameremmers), zoals paroxetine. Er moet nog aangetoond dat het kruid ook op de lange termijn blijft werken, want een behandeling van zes weken is natuurlijk kort bij een vaak chronische aandoening als depressie. Nog een belangrijke noot: wie Sint Janskruid gebruikt naast medicijnen moet eerst contact opnemen met de arts die de medicatie heeft voorgeschreven. Sint Janskruid kan namelijk de opname van medicatie beïnvloeden.

12. Chocolade is een goede remedie tegen een depressie.

Naar een stuk chocolade grijpen om een betere stemming te krijgen is veel effectiever dan eerst gedacht. In een artikel in het American Journal of Psychiatry (2006) staat beschreven dat chocola een voedingsmiddel is dat een goed gevoel geeft. De koolhydraten en suiker zorgen ervoor dat de hersenen endorfinen kunnen opnemen. Die kopiëren daar de werking van een antidepressiva die ook wel SSRI (Selective Serotonin Reuptake Inhibitors) genoemd worden. Ze zorgen er ook voor dat peptiden uit de ingewanden worden vrijgemaakt die de stof L-tryptofaan bevatten. De werking van L-tryptofaan is ook weer gelijk aan de SSRI. Depressieve mensen die veel chocola eten zijn in feite bezig met zelfmedicatie. Bron: American Journal of Psychiatry, 2007.

14. Welke van onderstaande voedingsstoffen lijken een preventief effect te hebben op een depressie?

Voeding die arm is aan koolhydraten zou tot stemmingswisselingen en depressie kunnen leiden. Koolhydraten hebben langs natuurlijk weg invloed op serotonine. Antidepressiva danken hun werking aan het laten toenemen van serotonine, waardoor de stemming genormaliseerd wordt (MIT, 2004). Omdat mensen die veel vis eet minder last krijgen van depressieve gevoelens, wilden onderzoekers nagaan of het consumeren van visolie mensen die al lange tijd depressief zijn helpt (American Joural of Psychiatry, 2006). Sombere gevoelens tijdens de wintermaanden zouden bestreden kunnen worden door simpelweg een supplement te nemen met vitamine D. In ieder geval geldt voor sommige mensen dat angst en depressiviteit alleen tijdens de wintermaanden vaker voorkomen. Uit een recent onderzoek onder gezonde volwassenen kwam naar voren dat het toevoegen van vitamine D tijdens de donkere maanden samengaat met méér positieve gevoelens en afname van somberheid (psycholoog.net, 2006). Omdat mensen die veel vis eten minder last krijgen van depressieve gevoelens, wilden onderzoekers nagaan of het consumeren van visolie mensen die al lange tijd depressief zijn helpt. Ze zetten 20 patiënten met ernstige depressie op suppletie met omega-3-vetzuren of een placebo. Dit naast hun gewone medicatie. In de derde week verbeterde de stemming van de groep die omega-3 had ingenomen significant. De onderzoekers konden nog niet vertellen of de visolie het effect van medicatie versterkt of dat het als antidepressivum op zichzelf werkt (American Journal of Psychiatry, 2006).