Skip to content

verzorgingstehuis_anp_ouderen_zorg_rollator_anp_0

Cliëntgericht werken bij dementerende cliënten
Preferenties

Mondige cliënten kunnen op tal van manieren hun wensen duidelijk maken en meebeslissen over de zorgverlening. Bij cliënten met dementie ligt dat anders. Door de dementie is het vermogen tot oordeel en kritiek aangetast. Deze cliënten overzien hun situatie minder goed en kunnen dikwijls niet duidelijk maken waar zij nu wel en geen behoefte aan hebben.
Het is vooral gebruikelijk om zicht te krijgen op preferenties (= voorkeuren) van deze cliënten via gesprekken met de mantelzorg. Vaak ligt de nadruk in zulke gesprekken op de voorkeuren die de cliënt vroeger had. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de methode van directe observatie. Door goed op te letten leer je na verloop van tijd de cliënt steeds beter kennen en krijg je zicht op zijn individuele behoeften.
De informatie die zo wordt verzameld komt terecht in het zorgdossier en wordt verwerkt in het zorgplan. In de praktijk wordt niet alleen veel gedaan maar ook veel gedacht voor de ander in de zin van wat nodig en goed voor de cliënt. Er is een methode om ook dementerende cliënten keuzes te laten maken.

Methoden om preferenties te achterhalen
Ongeacht het stadium van dementie hebben cliënten individuele voorkeuren en aversies (= afkeren). Deze zijn niet noodzakelijkerwijs dezelfde als die welke zij voor hun dementie of in een eerder stadium van dementie toonden.
Via gestructureerde gedragsobservaties (het gebruik van video blijkt zeer waardevol te zijn) kunnen voorkeuren en aversies van individuele dementerende cliënten in kaart worden gebracht. Wanneer met deze individuele voorkeuren van cliënten rekening wordt gehouden, neemt het welzijn van deze cliënten (en hun omgeving) toe.
Bij voorkeuren en aversies gaat het om een breed terrein: niet alleen eten en drinken maar ook bijvoorbeeld wijze van verzorgen, ontspanningsactiviteiten, dagritme en leefstijl. Via gestructureerde observaties wordt niet alleen het gedrag van de bewoner gedetailleerd in kaart gebracht, maar ook wat de aanleiding van dat gedrag is.

Voorbeeld : wassen en aankleden

Bij mevrouw Eversten is het dagelijks wassen en aankleden een ramp. Het begint al bij het uittrekken van de nachtkleding. Haar gezicht vertrekt in een angstige grimas en zij spant alle spieren van haar lichaam. Het wassen ontaardt in een gevecht. Sommige zorghandelingen, zoals het wassen van de oksels , laat zij niet toe. Zij gilt en knijpt de verzorgende als deze aandringt. Na de verzorging is mevrouw nog een half uur van streek. Veel verzorgenden zien er tegenop om haar zo te moeten wassen.

De gestructureerde observatie levert het volgende over de voorkeuren van mevrouw (waarneembaar doordat ze lacht en rustig is) op:

  • uitgelaten gedrag van de verzorgende (zingen, dansen, gezichten trekken 'gek doen');
  • geruststellen en troosten (arm om haar heenslaan, troostende woorden uitspreken);
  • 'knuffelen' op uitnodiging van mevrouw;
  • continu op warme toon praten;
  • korte onderbrekingen inlassen waarin slokjes warme thee of koffie worden gegeven;
  • bepaalde Nederlandse liedjes zingen of laten horen;
  • vaste volgorde van handelingen aanhouden;
  • koosnaam en persoonlijke vertrouwde uitdrukkingen gebruiken.

Aversies van mevrouw (ze reageert afwijzend, verbaal en non-verbaal agressief):

  • eerste aanrakingen bij zorghandelingen;
  • uittrekken van de nachtkleding;
  • wassen van specifieke delen van het lichaam (oren, oksels, voeten, gezicht)
  • de verzorgende verdwijnt uit haar zicht;
  • het geluid van stromend water;
  • wanneer handelingen van haar worden onderbroken;
  • van de rechterzijde benaderen;
  • bloot zitten;
  • het koud hebben;
  • onderbroek of panty hoog ophijsen.

Aan de hand van deze observaties wordt de werkwijze bijgesteld.

De verzorgende gaat dicht bij mevrouw Evertsen op het bed zitten. Zij reageert daarop door de verzorgende naar zich toe te trekken en koestert zich in het lichamelijk contact. Als de verzorgende daarbij zachtjes zingt, lijkt mevrouw nog meer te genieten. Door dit om de paar minuten te doen, neemt de angst en het verzet tegen de zorghandelingen af. Een uitgekiende volgorde in de uitvoering van de handelingen doet de rest. Bovendien worden handelingen die de sterkste afkeer oproepen (het wassen van de oksels, het gezicht en de voeten) minder vaak uitgevoerd (niet meer dan uit het oogpunt van hygiëne noodzakelijk is). Het komt nu geregeld voor dat mevrouw nadat zij is aangekleed, in haar stoel in slaap valt.

 

Het is stil in de huiskamer. De televisie staat aan, maar geen van de aanwezigen lijkt te kijken. Drie van hen slapen. De anderen zijn wakker maar ondernemen niets. Er wordt weinig met elkaar gesproken. Wanneer de verzorgende binnenkomt voor het voorlezen uit de krant, geven twee van de acht bewoners commentaar op de voorgelezen berichten. De anderen tonen zich niet geïnteresseerd.

In dit laatste voorbeeld staat de activiteit centraal en gaat men voorbij aan het feit dat niet elke bewoner eenzelfde voorkeur heeft. De een houdt van sportnieuws, de ander het weer, een ander van een lekkere roddel enzovoorts. Wanneer wordt uitgegaan van de voorkeuren van bewoners wordt elke bewoner gericht aangesproken: 'Goh, mijnheer Pietersen, ik lees hier dat Ajax al weer heeft verloren'; Mevrouw Klassen slagerij Kampen heeft na 50 jaar de deuren gesloten. U kwam daar toch regelmatig?'.

Keuzes voorleggen
Soms krijgen dementerende cliënten  weinig keuzes voorgelegd. Veel zaken worden gedaan met een aankondiging in plaats van een vraag 'Zal ik uw rug maar even wassen?'
Door elke dementerende cliënt een beperkt aantal gerichte keuzes voor te leggen kun je een beeld verkrijgen van de voorkeuren en aversies.  Het moet een beperkt aantal keuzes zijn omdat het anders voor de dementerende cliënt te belastend wordt.

Meneer Hermans stelt zich tijdens het wassen afhankelijk op. Hij vraagt de verzorgende voortdurend wat hij moet doen. ‘Moet ik onder de douche?’ ‘Moet ik gaan staan?’ ‘Moet mijn hemd uit?’ Hij vraagt veel hulp en geeft zijn pogingen om handelingen zelf te uit te voeren snel op. ‘Het gaat niet” is een van zijn standaarduitdrukkingen.

Wanneer hem een aantal keuzes wordt voorgelegd dan blijkt dat hij meestal kiest voor een blauwe pantalon, vrijwel altijd een trui aan wil en stelselmatig liever wil wassen dan douchen. Hij wast zich het liefst zonder zeep.

Meneer van Inge zit naast mevrouw Jacoba op de bank in de huiskamer. Hij staart naar zijn handen en zij rommelt in haar tas. Zij wisselen vrijwel geen woord met elkaar. Als de verzor­gende uit de huiskamer loopt, staat ook mevrouw Jansen op, loopt naar een andere stoel en gaat zitten.

Zij krijgen gedurende langere tijd systematisch en gericht een beperkt aantal keuzes voorgelegd om hun voorkeuren in kaart te brengen. 'Wilt u dit, of wilt u dat?'
Mijnheer van Inge:

  • kiest afwisselend voor een klusje doen of de krant lezen met een lichte voorkeur voor het eerste;
  • als hij kiest voor een klusje kiest hij liever voor het vouwen van de was (altijd samen met een verzorgende) dan voor het helpen in de keuken;
  • hoewel hij zelf nog kan lezen, kiest hij liever voor het voorlezen van de krant;
  • hij is meer geïnteresseerd in sport dan in algemeen nieuws.

Met een dergelijke methode is het mogelijk om bij de dementerende cliënt zijn voorkeuren in kaart  te brengen. Sommige voorkeuren zijn zeer uitgesproken anderen minder. In het zorgplan worden de voorkeuren vastgelegd.

Scroll To Top