Skip to content

huiskamer
krant-koffie

Kleinschalig wonen

De uitgangspunten van kleinschalig wonen zijn herkenbaarheid, huiselijkheid en privacy.
Kortom; een woonomgeving die zoveel mogelijk op thuis lijkt. Daarbij speelt de betrokkenheid van familie en mantelzorgers een grote rol.
Het contact tussen bewoners, familieleden en zorgverleners is bij klein­schalig wonen intensief.

Kleinschalig wonen wil zeggen dat de cliënt in een kleine groep (meestal zes tot acht personen) woont. De vragen en gewoonten van cliënten van de ze groep zijn leidend. Een team van vaste medewerkers inventariseert de ze vragen en gewoontes. De cliënten en medewerkers vormen een eigen huishouden. Voor de medewerkers ligt de focus op begeleiding en verzorging en dus minder op verpleging.

 

Samenwerken met mantelzorgers

Partners, familie en andere mantelzorgers kunnen op basis van vrijwilligheid bijdragen aan de zorg. Als het even kan moet men dit stimuleren. Belevingsgericht werken en (zo groot mogelijke) zelfbeschikking van de cliënten staat centraal. Dat kan door je goed in te leven in de cliënt, hier-en-nu en zijn levensgeschiedenis. Als de cliënt het niet meer kan, kan een partner of familielid een rol spelen bij het verwoorden van zijn behoeften en wensen. De contacten met de familie zijn belangrijk voor de continuïteit in de leefstijl van cliënten.

Het onderschrijven van deze visie betekent dat alle betrokkenen de gevolgen van keuzes moeten respecteren.

Verschillende soorten kleinschalig wonen

Kleinschalige woonvormen zijn er over het algemeen in vier vormen:

  • Zelfstandige woning in de vorm van een eengezinswoning in de wijk. Meestal gaat het om meerdere woningen bij elkaar die samen de woonzorgvoorziening vormen. Een cliënt kan in deze vorm gebruikmaken van buurtvoorzieningen en woont tussen ‘normale’ gezinnen en huishoudens.

 

  • Zelfstandige woonruimte in een gespecialiseerde woonzorgvoorziening. De huurappartementen zijn geschikt voor een cliënt met dementie en er is 24 uur zorg en hulp aanwezig. Andere zorg zoals huishoudelijke hulp kan voor de cliënt apart geregeld worden.

 

  • Aparte groepswoningen in een verzorgingshuis. Het verzorgingshuis heeft een deel (vaak een gang) geschikt gemaakt voor kleinschalige groepsbewoning. Een cliënt kan in deze vorm gebruikmaken van de voorzieningen van het verzorgingshuis.

 

  • Verpleeghuizen met kleinschalige afdelingen. Sommige – nieuwe – verpleeghuizen zijn al volledig ingericht op kleinschalige huiskamergroepen. Een cliënt kan gebruikmaken van alle faciliteiten van het verpleeghuis.

Een kleinschalige woonvoorziening kenmerkt zich vaak door een gemeenschappelijke woonruimte. Deze woonruimte is qua interieur zoveel mogelijk afgestemd op de huiselijkheid die de groep cliënten gewend zijn, zodat er veel herkenbaar is. Iedere cliënt heeft een eigen kamer waar zijn/haar eigen meubels en spullen staan. Huishoudelijke taken zoals boodschappen doen, eten maken en afwassen wordt met elkaar geregeld. Dit maakt deel uit van de dagelijkse activiteiten.

Rol zorgverlener

Hieronder staan zes belangrijke zaken die kenmerkend zijn bij het werken binnen het kleinschalig wonen.

1. Wonen en welzijn staan centraal

De visie is de basis voor alles. Alles wat je doet en laat, moet terug te voeren zijn naar de visie van kleinschalig wonen. Hoe simpeler die visie geformuleerd is, hoe makkelijker je die als leidraad kunt nemen. Zo kan men zichzelf bij elke situatie de vraag stellen: 'Zou je het thuis ook zo doen?'

Bewoners kunnen net als thuis zelf bepalen hoe laat ze eten, uit bed komen of naar bed gaan. Iemand die de woning bezoekt, belt gewoon aan voordat hij binnenkomt. Medewerkers respecteren dat de woning van de bewoner is. Het ophangen van briefjes, reglementen en protocollen past niet in een huiselijke omgeving (behalve boodschappenbriefjes e.d.). In een woning horen ook geen reglementen en evenmin het dragen van uniformen.

Bij werken in een woongroep ligt de uitdaging om problemen op te lossen op de plek waar ze zich voordoen. Minder appèl op regels, meer appèl op de mogelijkheden en creativiteit van de medewerker. Het accent ligt niet bij een afdeling met bewoners, maar bij een bewoner in een woning.

Werken in een woongroep betekent actief de mogelijkheden benutten om met een klein team de visie op groepswonen gestalte te geven.

2. Zelfstandigheid en verantwoordelijkheid

Men werkt binnen een woongroep veel zelfstandiger en heeft veel meer eigen verantwoordelijkheid. Dat moet men kunnen en durven. Doordat er minder collega's in de nabije omgeving zijn, kan men zich sterker concentreren op de cliënten en hun mogelijkheden.
Men heeft veel zelfvertrouwen nodig en leidinggevenden die het vertrouwen geven.

Het is reëel dat er situaties zijn waarin men terug moet kunnen vallen op een collega. Het is van belang dat die mogelijkheid er altijd is.

3. Integraal werken

In de andere situaties werken gescheiden disciplines met ieder hun eigen taken. Kleinschalig wonen vraagt om een geïntegreerd team waarin teamleden breed inzetbaar zijn en over de grenzen van hun eigen vak heen kunnen kijken.  .

Als uitgangspunt van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt alle zorg en dienstverlening in principe binnen de woning geregeld. Dat wil zeggen dat een groepswoning als een zelfstandige huishouding wordt gezien, met zo veel mogelijk de daarbij horende werkzaamheden en soms ook de financiële aspecten.

4. Schaf de klok af

Het loslaten van vaste patronen blijkt in de praktijk een van de lastigste factoren. In andere zorgsettig is de dag vaak in een vast schema ingedeeld, en dat geeft houvast. Als je kijkt naar de manier waarop de dag is ingedeeld, dan is het tijdstip van de warme maaltijd de meest bepa­lende factor.

Men moet zich niet laten leiden door de klok, maar door de 'hier en nu' situatie: Wat vraagt deze cliënt op dit moment in deze situatie?

Bij wonen hoort niet dat iedereen om half elf uit bed moet zijn en gewassen en gestreken aan de koffie zit. Of dat familie instructies en beperkingen krijgt opgelegd. 'U mag gerust op bezoek komen hoor, maar u kunt beter niet vóór elf uur komen want tot die tijd hebben we het erg druk'. Dat is dan ook de reden dat de familieleden zelf een sleutel hebben net zoals zij dat vaak hebben als hun vader of moeder nog zelfstandig zou wonen. Wonen is het uitgangspunt: de bewoner heeft de regie.

Met bewoners naar de markt gaan, lekker de tijd nemen om iemand in bad te doen, met iemand gaan wandelen, een spelletje doen met een groepje dat hoort bij groepswonen.

5. De medische zorg blijft belangrijk

Waar de traditionele zorg heel goed in is, is de medische zorg. Dat is een groot goed dat niet verloren moet gaan. Zonder de verpleegkundige aspecten te veronachtzamen ligt het gros van de bezigheden echter op het sociale vlak: zorgen dat bewoners tevreden de dag doorkomen.

Eerder is aangegeven dat men zichzelf regelmatig de vraag moet stellen 'Zou je het thuis ook zo doen?' Wat daarin aanspreekt is het uitgangspunt 'wonen als thuis'. Aan de andere kant moeten we niet vergeten dat het niet gewoon wonen als thuis is. Als dat kon, woonden de cliënten daar nog. Ze wonen niet meer thuis, omdat dat niet meer gaat en omdat ze hulp en ondersteuning nodig hebben.

De plaats die de medische zorg inneemt is bij het kleinschalig wonen een heel andere. In de traditionele zorg staat het medische model centraal. Alles is erop gericht de licha­melijke gesteldheid van de cliënten zo goed mogelijk te onderhouden of te verbeteren. Risico's die het lichamelijke welzijn aantasten, worden nauw in de gaten gehouden en als het kan zoveel mogelijk vermeden. Dat geldt binnen kleinschalig wonen ook, maar ligt toch anders. Dat heeft onder meer te maken met het uitgangspunt dat de cliënt de regie heeft. Medische zorg staat niet langer centraal. De cliënt is in de eerste plaats een unieke persoon, met een eigen levens­geschiedenis. De ziekte van de cliënt krijgt alle aandacht die nodig is, maar is waar mogelijk niet bepalend.

Behoud de verworvenheden van de medische zorg. Blijf alert en attent op de medische zorg die cliënten behoeven. Schakel waar nodig professionals in.

6. Voortdurend zoeken naar een balans

Ondersteuning van cliënten bij het wonen en leven in een kleinschalige woonvoorziening vergt dat men initiatieven neemt, verantwoordelijkheid neemt, flexibel is, over inlevingsvermogen en vermogen tot reflectie beschikt.

Leidend principe is dat de zorgverlener zich voegt naar de wensen of behoeften van de cliënt(en) en niet omgekeerd. Samen met de cliënten wordt bepaald hoe de dag wordt doorgebracht. Daarbij moet er sprake zijn van een gelijkwaardige relatie. Deze is er weliswaar niet in de zin van een gelijke machtsverhouding. Dat is door de afhankelijkheid van de cliënt als gevolg van zijn beperkingen, een weinig realistisch uitgangspunt. Wel wegen zijn behoeftes en belangen zwaar en dienen niet ondergeschikt te worden gemaakt aan de structuur van organisatie en aanbod.

Bovenstaande uitgangspunten hebben tot gevolg dat men voortdurend afwegingen moet maken en moet zoeken naar een evenwicht tussen - soms tegenstrijdig lijkende - uitersten:

  • aanspreken van mogelijkheden en rekening houden met beperkingen
  • respect en keuzevrijheid tegenover geborgenheid en veiligheid
  • groeps- en persoonsgerichte benadering.

Effecten kleinschalig wonen

Effecten die zichtbaar kunnen worden bij kleinschalig wonen, zijn;

  • Cliënten hebben minder hulp nodig bij ADL en zijn sociaal meer betrokken.
  • Binnen kleinschalige woonvormen worden minder vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast.
  • Een kleinschalig zorgaanbod hangt indirect samen met de kwaliteit van leven van cliënten doordat zij in kleinschalige settings vaker bij activiteiten worden betrokken. Kleinschalige zorg heeft daarnaast een direct relatie met meer sociale isolatie, maar een minder negatieve stemming.
  • Volgens familie voelen cliënten zich meer thuis.

Voor nog meer kennis, kijk bij onze training 'Kleinschalig zorgen en werken': https://btsg.nl/kleinschalig-zorgen-werken/

 

Bron: Kleinschalig wonen | Dementie.nl. 2019
Bron: Lesmateriaal BTSG, 2019
Bron: Brochure Kleinschaligheid Actiz, 2012

 

Scroll To Top