brein

Neuronen

Onze hersenen zijn opgebouwd uit ongeveer 100 miljard zenuwcellen. Deze worden ook wel neuronen genoemd. De buitenste grijze laag van onze hersenen, ook wel hersenschors genoemd, bestaat uit de verdikte cellichamen van deze neuronen. Via lange uitlopers staan neuronen met elkaar in verbinding. Een neuron kan enkele duizenden van deze uitlopers hebben. Tezamen vormen de uitlopers de binnenkant van de hersenen, de zogenaamde witte stof.
Neuronen kunnen via hun uitlopers met elkaar communiceren. Dit doen ze door middel van elektrische signalen. Doordat de uitlopers elkaar niet raken, kunnen deze signalen niet direct van de ene naar de andere cel worden doorgegeven. Daarom wordt het elektrische signaal zodra het aan het einde van een uitloper aankomt, omgezet in een chemische boodschap. Zo’n chemische boodschap wordt ook wel een neurotransmitter genoemd.

Neurotransmitters zijn wel in staat de overstap naar het volgende neuron te maken. Eenmaal aan de overkant aangekomen, wordt de chemische boodschap weer omgezet in een elektrisch signaal dat zijn weg kan vervolgen. Nadat de boodschap is doorgegeven, wordt de neurotransmitter afgebroken. Hieronder kunt u een animatie zien die laat zien hoe een en ander werkt.

Neuronen en dementie
Dementie gaat gepaard met het verlies van verbindingen tussen neuronen. Daardoor zijn deze niet meer goed in staat om met elkaar te communiceren. Naarmate de ziekte vordert, gaan niet alleen de uitlopers, maar zelfs de hele zenuwcel verloren.
Zenuwcellen in onze hersenen zijn, in tegenstelling tot andere cellen in ons lichaam, niet meer in staat zich door deling te vermenigvuldigen. Dit heeft tot gevolg dat zenuwcellen die eenmaal verloren zijn gegaan niet meer kunnen worden vervangen. De schade die ontstaat door het afsterven van zenuwcellen is dus onherstelbaar. Het is normaal dat er tijdens ons leven een aanzienlijk aantal zenuwcellen sterven zonder dat dat een nadelig effect heeft op ons functioneren.
Tijdens een proces van dementering is het aantal zenuwcellen en hun verbindingen dat verloren gaat bijzonder groot. Bij patiënten met ernstige vormen van dementie kan daardoor als gevolg van atrofie het volume van de hersenen met 10 tot 15% verminderen. Dit verlies van hersenweefsel kan tijdens het leven met scantechnieken zichtbaar worden gemaakt.
Het ziektebeeld dat door het afsterven van hersencellen wordt veroorzaakt, kan sterk variëren. Naast de ernst van de schade speelt hierbij ook de plaats waar dit afsterven plaatsvindt een belangrijke rol. Als met name de voorhoofd- en slaapkwabben van de hersenen worden aangetast, is er meestal sprake van fronto-temporale dementie. Bij de ziekte van Alzheimer worden ook andere delen van de hersenschors aangetast.

Zie ook: Internationale Stichting Alzheimer Onderzoek (www.alzheimer.nl).