Passiviteiten van het Dagelijks Leven (PDL)

handen stok

Passiviteiten van het Dagelijks Leven (PDL)

'Passiviteiten van het dagelijks leven' ook wel afgekort als PDL, is een methode, bestaande uit een complex van handelingen, voorzieningen en maatregelen dat bijdraagt aan optimale begeleiding, verzorging of verpleging van 'passieve' patiënten. Deze patiënten zijn niet in staat tot het verrichten van activiteiten en hebben daarmee niet meer de mogelijkheid om zelf actief mee te werken aan hun behandeling.
Omdat zelfzorgpassiviteiten veelal leiden tot voorkeurshoudingen, afweerspanning en contracturen, zijn de primaire doelen van PDL het voorkomen van decubitus en contracturen, en het teweeg brengen van ontspanning. Op deze wijze wordt gestreefd naar een optimaal leefklimaat voor passieve mensen.

Theoretische uitgangspunten
Passiviteiten in het dagelijks leven wijkt af van de traditionele benadering waarbij activering in het dagelijks leven (ADL) centraal staat. Als activerende prikkels door ADL-trainingen geen enkel gunstig effect meer teweegbrengen, dan kunnen problemen ontstaan in de dagelijkse zorg. Met name de taak van de hulpverlener wordt dan steeds zwaarder: decubitusbehandeling neemt veel tijd in beslag

  • bestrijden van contracturen door middel van activering vergt veel energie en heeft nauwelijks gunstig effect
  • dagelijkse verzorging zoals wassen kleden etc. vergt veel kracht van de verzorgenden doordat afweerspanning kan optreden bij passiviteit, zoals spierspanning of psychische afweer
  • verzorgenden en verpleegkundigen zijn genoodzaakt dagelijks te tillen, wat erg belastend is en bovendien veel risico met zich mee brengt voor zowel de verzorgende als de patiënt.

In Verpleeghuis de Samaritaan te Sommelsdijk ontstond de gedachtegang niet meer zo zeer het accent te leggen op activering waarvan in de praktijk blijkt dat de effecten tegenvallen, maar aandacht te vestigen op zelfzorgtekorten van patiënten die niet meer terug te dringen zijn. In deze benadering is niet 'activiteit', maar 'passiviteit' belangrijk: de patiënt wordt in zijn zelfzorgpassiviteit geaccepteerd en er wordt niet meer uitgegaan van de beperkingen, maar van de mogelijkheden die er nog zijn in de zorg voor de patiënt.

Doelgroep
PDL wordt toegepast bij ernstige, chronisch verpleegbehoeftige patiënten bij wie ADL training en geen zelfstandige verplaatsing mogelijk is. De volgende oorzaken kunnen genoemd worden:

  • loopstoornissen;
  • sterk verminderde motorische vermogens
  • dementie

'Passieve patiënten' worden zowel aangetroffen op somatische afdelingen als op psychogeriatrische afdelingen van een verpleeghuis, in verzorgingshuizen, in instellingen voor verstandelijk gehandicapten en in de thuiszorg. Passieve psychogeriatrische patiënten bij wie PDL toegepast wordt bevinden zich voornamelijk in een vegeterend stadium. Dit zijn ernstig gedementeerde mensen waarbij de fysieke functies zwaar beperkt zijn.

Wijze van toepassen
PDL is vooral een 24-uurs benadering omdat:

  • PDL gepaard gaat met een empathische patiëntgerichte en rustgevende houding van de zorgverlener, en
  • omdat zelfzorgpassiviteiten voorkomen in vele dagelijkse situaties zoals liggen, zitten, gewassen worden, gekleed worden, verschoond worden, en verplaatst worden.

Inhoud van de methodiek
Bij PDL worden zeven aandachtspunten onderscheiden:

  • Liggen
    Het liggen vergroot de kans op contracturen en decubitus bij de patiënt. Ter preventie van deze complicaties wordt wisselligging toegepast en bestaan er dynamische ligvoorzieningen.
  • Zitten
    Bij het zitten is het van belang dat de zitelementen aangepast worden aan het lichaam van de 'passieve' bewoner. Vaak ontstaat druk op de stuit en de ellebogen, waardoor decubitus kan ontstaan. Ook neemt de kans op contracturen toe doordat de patiënt scheef kan zakken of voorover gaat buigen.
    Dynamische zitmiddelen moeten het hoofd, romp armen en benen zodanig ondersteunen dat de bewoner zich prettig voelt en zich kan ontspannen.
  • Wassen en verschonen
    De fysio- en ergotherapeuten kunnen de verpleegkundigen en ziekenverzorgenden een aantal vaardigheden en handgrepen leren die de patiënt gedurende de dagelijkse verzorging ten goede komen. Hier staan technieken centraal die ontspanning van de spastische spiergroepen teweegbrengen. Tevens is het van belang dat de benadering van de hulpverlener rustgevend is, dat de hulpverlener niet routinematig ter werk gaat, maar uit gaat van wat de patiënt het prettigst vindt en ingaat op de signalen die de patiënt geeft.
  • Kleden
    Ook bij het kleden kunnen fysio- en ergotherapeuten vaardigheden overdragen aan de verzorgenden. Daarnaast kunnen aanpassingen gemaakt worden, zoals lange ritsen, klittenbandsluiting, een grote maat of rekbare stoffen
  • Tillen
    Uitgangspunt van het tillen of verplaatsen van de passieve bewoner is dat de veiligheid van zowel tillen als getilde gewaarborgd is. Dit is mogelijk door goede beheersing van handmatige tiltechnieken, veelvuldig gebruik van tilliften en een consequent tilbeleid.
  • Voeden
    Gevoed worden is voor passieve, zorgafhankelijke mensen een enkele malen per dag terugkerende ervaring. Vaker komen problemen bij voeding voor zoals het weigeren, niet doorslikken of uitspugen van voedsel. Van belang is dat de zorgverlener zich bewust is van het plezier dat de patiënt beleeft aan eten en drinken. Tevens is bij het voeden de persoonlijke benadering van de hulpverlener van groot belang. Een dergelijke houding bevordert het contact en stimuleert de zintuiglijke activering.
  • Primaire activering
    Hoewel PDL eigenlijk gericht is op passiviteit, is primaire activering een essentieel aandachtspunt. Het primair activeren van zintuigen loopt als een rode draad door de benadering van de passiviteiten van het dagelijks leven: via de zintuigen kunnen de bewoners immers reageren of ze dingen prettig vinden of niet. Op deze wijze wordt een gevoel van veiligheid en geborgenheid van de patiënt geoptimaliseerd.

Adviezen die binnen de PDL gegeven worden voor het leggen van contact met de patiënt zijn gebaseerd op de haptonomie. Adviezen hierbij zijn:

  • het maken van oogcontact;
  • de houding van het hoofd op dezelfde hoogte als het hoofd van de patiënt;
  • het vermijden van snelle bewegingen;
  • het spreken niet zozeer als informatiekanaal, maar voornamelijk als rustgevend middel gebruiken;
  • het beperken van fysieke handelingen tot een minimum;
  • aanraken.

Homepage van de Stichting PDL: www.stichtingpdl.nl