Beeldvorming ouderen quiz

Beeldvorming ouderen quiz

De meerderheid van de ouderen heeft problemen met geheugen, is gedesoriënteerd of dement.

Click to Flip
Dat is niet waar. Slechts bij ongeveer 10% van alle ouderen kunnen we spreken van geheugenproblemen, desoriëntatie of dementering. Klachten over vergeetachtigheid nemen met het toenemen van de leeftijd toe. Ook neemt het percentage ouderen met dementie toe naarmate de leeftijd hoger is. De werking van het geheugen gaat slechts in geringe mate achteruit. Naarmate we ouder worden kan een zekere vergeetachtigheid optreden. Ben je vergeetachtig én oud dan staat de omgeving helaas snel klaar met het oordeel 'aftakeling' of zelfs 'dementie'. Vaak verwacht de omgeving dat ouderen een slechte geheugenfunctie hebben. De ouderen passen dit idee op zichzelf toe (ze gaan erin geloven) en verwachten dit slechte geheugen bij zichzelf en belemmeren daardoor zelf een goed gebruik van hun geheugen.

Met het toenemen van de leeftijd gaan de vijf zintuigen achteruit.

Click to Flip
Dat is waar. De achteruitgang vindt het minst plaats bij de reuk en het gevoel. Oor: Slechthorendheid komt veel voor. Het gehoor voor de hoge tonen gaat achteruit. Ouderen horen dan ook minder goed het fluiten van de vogels, de huisbel of de telefoon. Overigens begint deze achteruitgang van het gehoor al tussen de 30 en 40 jaar. Oog: De pupil wordt kleiner reageert minder goed op licht en donker, ook worden de kleuren minder scherp. Reuk: De reukgevoeligheid neemt af. Smaak: Het waarnemen van zoet, zout, bitter en zuur neemt af. Ouderen hebben meer van deze smaakmiddelen nodig om ze te kunnen proeven, waardoor de neiging ontstaat teveel zout of suiker te gebruiken. Dit verklaart waarom ouderen kunnen klagen over het smakeloze eten. Tast: De huid is minder gevoelig.

De meeste ouderen hebben geen belangstelling of mogelijkheden voor seksuele relaties.

Click to Flip
Dat is niet waar. Integendeel de meeste ouderen hebben wel degelijk behoefte aan sex en bezitten ook de mogelijkheden hiertoe. Dit geldt ook voor hoogbejaarden. Doordat er toch een taboe op dit onderwerp rust is er nog weinig algemeen over bekend. Een onderzoek onder gehuwde mannen heeft aangetoond dat in de groep 65 - 69 jarigen 84% potent is, in de groep 70 - 74 jarigen 70% en in de groep 75 - 92 jarigen 57%. De sexuele belangstelling is groter dan de sexuele activiteit. Dit wordt veroorzaakt door faalangst, het negatieve beeld dat vele ouderen van zichzelf hebben, een gebrek aan inzicht in seksuele mogelijkheden op latere leeftijd, een slechte gezondheid, het alleen staan en het wonen in instituten.

Met het toenemen van de leeftijd neemt de longcapaciteit af.

Click to Flip
Dat is waar. De longcapaciteit neemt al vanaf het dertigste jaar af.

De meeste ouderen voelen zich vaak ongelukkig.

Click to Flip
Dat is niet waar. Ouderen voelen zich niet gelukkiger of ongelukkiger dan andere leeftijdsgroepen. In het algemeen zijn ouderen, als ze hun leven globaal bekijken, tevreden. We moeten daarbij wel bedenken dat ouderen hun leefomstandigheden nu vergelijken met die van vroeger in hun jeugd. Dit verschil is erg groot waardoor veel ouderen zich te bescheiden opstellen en vinden 'dat ze niet mogen klagen'. Ouderen hebben tegenwoordig ook een nieuwe rol ten aanzien van hun kleinkinderen wat een nieuwe inhoud aan het leven geeft.

De fysieke kracht neemt af met het ouder worden.

Click to Flip
Dat is waar. De fysieke kracht neemt met 15 tot 46% af.

Op z'n minst 35% van de ouderen woont in een instituut.

Click to Flip
Dat is niet waar. Bijna 90% van alle ouderen boven de 67 jaar woont zelfstandig. Het percentage ouderen dat zelfstandig woont neemt wel af met de leeftijd maar. Van de 70+ woont 83% zelfstandig, van de 90+ nog 50%.

Oudere automobilisten hebben vaker ongelukken dan chauffeurs jonger dan 67 jaar.

Click to Flip
Oudere automobilisten hebben niet meer ongelukken dan automobilisten van middelbare leeftijd, maar veel minder ongelukken dan automobilisten onder de 30 jaar. Ouderen rijden over het algemeen minder kilometers en zijn voorzichtiger.

Oudere werknemers kunnen niet zo efficiënt werken als jongere werknemers.

Click to Flip
Dat is niet waar. Oudere werknemers werken even efficiënt, zo niet efficiënter dan jongere werknemers. Hun prestaties zijn veel gelijkmatiger, zij wisselen minder snel van baan, hebben minder arbeidsongevallen en zijn minder vaak afwezig dan jongere werknemers. Wel is hun productiviteit soms minder en zijn zij a.g.v. verminderde fysiek kracht niet overal meer inzetbaar.

Meer dan 80% van de ouderen is gezond genoeg om hun normale dagelijkse werkzaamheden te doen.

Click to Flip
Dat is waar. Ongeveer 65% van de ouderen heeft geen moeilijkheden met de gezondheid en nog eens 27% heeft dit slechts af en toe. Wat we onder gezondheid en ziekte in de ouderdom moeten verstaan is moeilijk aan te geven. Ter illustratie: meer dan 80% van de ouderen is gezond genoeg om de normale dagelijkse werkzaamheden te doen, terwijl tegelijkertijd 75% van alle ouderen en 90% van de 75 plussers een chronische aandoening heeft. 50% van de ouderen heeft een positiever oordeel over de eigen gezondheid dan hun huisarts. Er wordt ook wel gesproken van 'gezondheidsoptimisme'. Naarmate de leeftijd toeneemt 'is er steeds minder gezondheid nodig om je gezond te voelen.

Het is bijna onmogelijk voor de meeste ouderen om nieuwe dingen te leren.

Click to Flip
Dat is niet waar. Het duurt over het algemeen wel langer dan bij jongeren, maar ouderen leren nieuwe dingen uiteindelijk even goed als jongeren. Ouderen zijn vaak een bepaalde leertechniek kwijt die eerst weer aangeleerd moet worden. Ook is gebleken dat het leveren van prestaties onder tijdsdruk, ouderen meer hindert dan jongeren. Een oudere die gedurende zijn hele leven is blijven leren heeft daar grote voordelen van. Hier geldt 'Oefening baart kunst'. Naarmate de werkomstandigheden dynamischer worden en kennis sneller verouderd kiezen veel bedrijven liever voor jongeren.

Mensen verschillen van elkaar maar met het ouder worden nemen de verschillen tussen mensen af. Ouderen hebben daardoor veel overeenkomsten.

Click to Flip
Dat is niet waar. Integendeel, de verschillen tussen ouderen zijn groter dan die tussen jongeren. Naarmate een mens ouder wordt, is hij steeds minder te vergelijken met anderen omdat hij meer andere ervaringen heeft opgedaan (levensloop).

De meerderheid van de ouderen verveelt zich zelden.

Dat is waar. Slechts 17% van de ouderen zegt zich regelmatig te vervelen.

De meerderheid van de ouderen is alleen of eenzaam.

Click to Flip
Dat is niet waar. Ongeveer 65% van de ouderen is weinig alleen en voelt zich niet eenzaam. Niet (meer) gehuwde ouderen zijn vaker eenzaam dan gehuwden. Hoogbejaarden lopen sneller het risico van eenzaamheid door hun lichamelijke en vooral zintuiglijke achteruitgang. Ouderen die erg afhankelijk zijn, zijn vaak eenzaam omdat ze moeten wachten op de hulp die naar hen toe moet komen. Alleen zijn en eenzaamheid zijn trouwens twee verschillende zaken. Alleen zijn = weinig contacten hebben. Eenzaamheid = een tekort ervaren aan gewenste contacten. Zo hoeft iemand die veel alleen is, zich niet eenzaam te voelen en kan iemand die veel contacten heeft (= weinig alleen) zich wel degelijk eenzaam voelen. Ongeveer 10 procent van de ouderen geeft aan zich altijd eenzaam te voelen.

Share: